Dossier
Artrose: als kraakbeen verdwijnt
Artrose is een degeneratieve aandoening waarbij het kraakbeen in één of meerdere gewrichten geleidelijk afneemt. Kraakbeen zorgt ervoor dat botuiteinden soepel over elkaar kunnen bewegen. Wanneer deze beschermende laag dunner wordt of verdwijnt, ontstaan pijn en bewegingsbeperkingen.

In een gewricht komen twee botten samen. De uiteinden zijn zo gevormd dat ze in elkaar passen en zijn bedekt met kraakbeen. Rond het gewricht bevindt zich een kapsel met aan de binnenzijde een slijmvlies, het synoviaal membraan. Dit membraan produceert gewrichtsvocht dat als smeermiddel fungeert en soepele beweging mogelijk maakt.
Proces in fasen
Artrose ontwikkelt zich geleidelijk. In een eerste fase wordt het kraakbeen dunner en minder elastisch. Soms laten kleine stukjes kraakbeen los, ook wel ‘gewrichtsmuizen’ genoemd. Deze kunnen het gewricht blokkeren en ontstekingsreacties veroorzaken, met zwelling en warmte als gevolg.
Naarmate de aandoening vordert, kan het kraakbeen plaatselijk volledig verdwijnen. Het onderliggende bot krijgt dan meer belasting te verwerken en reageert door harder te worden. Aan de randen van het gewricht kunnen benige uitsteeksels ontstaan, zogenoemde osteofyten. Ook de omliggende gewrichtsbanden en spieren kunnen verzwakken, waardoor het gewricht instabieler wordt. In een gevorderd stadium kan het gewricht vervormen of verstijven.
Risicofactoren
De kans op artrose neemt toe met de leeftijd. Vrouwen lopen meer risico dan mannen, vooral na de menopauze. Ook overgewicht verhoogt de belasting van gewrichten en daarmee het risico op slijtage. Eerdere letsels, zoals een meniscusscheur, aandoeningen zoals jicht, langdurige overbelasting (bijvoorbeeld door hurken, knielen of zwaar tillen), topsport en erfelijke aanleg kunnen het ontstaan van artrose beïnvloeden.
Artrose is een belangrijke oorzaak van mobiliteitsproblemen bij 65-plussers. Heupartrose komt vooral voor bij mensen tussen 65 en 74 jaar. Knieartrose treft mannen vaker tussen 55 en 64 jaar en vrouwen vaker tussen 65 en 74 jaar. In hogere leeftijdsgroepen stijgt het aantal gevallen aanzienlijk. Artrose van de vingers is eveneens frequent en komt vooral voor bij vrouwen rond de menopauze. Deze vorm kan leiden tot zichtbare gewrichtsvervormingen.
De apotheker kan een ondersteunende rol spelen bij de begeleiding van patiënten met artrose.
Pijn en stijfheid
De voornaamste klachten bij artrose zijn pijn en stijfheid. De pijn is meestal ‘mechanisch’: ze treedt op bij belasting van het gewricht en vermindert in rust. Bij ontsteking kan de pijn ook in rust aanhouden.
Stijfheid doet zich vooral voor na een periode van rust, bijvoorbeeld ’s ochtends of na lang zitten. Deze startstijfheid vermindert doorgaans bij beweging. Naarmate de aandoening evolueert, neemt de beweeglijkheid van het gewricht verder af. Het kan bijvoorbeeld moeilijk worden om een knie volledig te plooien of te strekken.
Rol van de apotheker
De apotheker kan een ondersteunende rol spelen bij de begeleiding van patiënten met artrose. Zo kan hij of zij advies geven over gewichtsbeheersing en het belang van regelmatige, aangepaste lichaamsbeweging. Activiteiten zoals zwemmen worden vaak aangeraden omdat ze de gewrichten minder belasten.
Daarnaast is begeleiding bij pijnbeleving belangrijk. Pijn is een persoonlijke ervaring die niet alleen wordt beïnvloed door lichamelijke prikkels, maar ook door gedachten en emoties. Een goede uitleg over het ziekteproces en het belang van beweging kan bijdragen aan een beter pijnmanagement.
Tot slot speelt de apotheker een rol in het opvolgen van medicatieschema’s, zeker bij oudere patiënten die meerdere geneesmiddelen gebruiken. Een correcte inname en opvolging kunnen complicaties helpen voorkomen en de levenskwaliteit verbeteren.