Hiv-infectie, een onafhankelijke risicofactor voor osteoporose
Het is bewezen dat een hiv-infectie een onafhankelijke risicofactor voor osteoporose is en de botdichtheid significant vermindert bij hiv-dragers. Dat wordt nog in de hand gewerkt door de chronische ontsteking veroorzaakt door het virus, de leeftijd en de bijwerkingen van bepaalde antiretrovirale middelen. In een studie(1) uitgevoerd in Sub-Saharaans Afrika is osteoporose vastgesteld bij meer dan de helft van de vrouwen, wat merkelijk hoger is dan bij ons.
Hiv-dragers hebben vaak een verminderde botdichtheid en lopen vaak een hoger fractuurrisico (T-score < - 2,5 bij DEXA). Bij een analyse(2) van de NHANES-studie waren de T-scores significant lager bij de personen met hiv dan in de hiv-negatieve populatie. De T-score hangt ook af van de leeftijd, het geslacht, de BMI, het ras, de alcoholconsumptie, diabetes en artritis. De precieze mechanismen via dewelke een hiv-infectie bijdraagt tot osteoporose, zijn nog niet volledig opgehelderd.
Osteoporose bij de helft van de vrouwen
Vorsers hebben een studie(1) uitgevoerd bij 178 vrouwen met hiv (mediane leeftijd: 58 jaar) bij wie de botdichtheid van de wervels werd gemeten. De mediane duur van de antiretrovirale behandeling was 12,3 jaar. Driekwart van de vrouwen (72,6%) kreeg een antiretrovirale behandeling met tenofovirdisoproxilfumaraat (TDF) en 93,2% had een onmeetbaar lage viruslast (< 50 kopieën/ml). Een derde had te weinig vitamine D (< 20 ng/ml) en 12,3% had type 2-diabetes.
Meer dan de helft van de vrouwen (56,4%) had osteoporose en 33% osteopenie. De prevalentie van osteoporose bedroeg 80% bij de 65-plussers en 50,7% in de leeftijdsgroep van 50-64 jaar. Te oordelen naar de FRAX (Fracture Risk Assessment Tool) liepen zes vrouwen met hiv een hoog risico op heupfractuur of ernstige osteoporotische fractuur. Bij multivariate analyse correleerden een hogere BMI en diabetes significant met een lager risico op osteopenie en osteoporose dan bij vrouwen met een normale botdichtheid. Een antiretrovirale behandeling met TDF correleerde met een hoger risico.
Het botverlies volgen
In deze studie is bij meer dan de helft van de hiv-positieve vrouwen > 50 jaar osteoporose vastgesteld. Slechts 10% had een normale botdichtheid ondanks de lage prevalentie van de klassieke risicofactoren (roken, alcoholconsumptie, voorgeschiedenis van fractuur of vallen).
Mogelijke verklaringen daarvoor zijn volgens de auteurs: de duur van de infectie, een intensief gebruik van TDF en vitamine D-tekort. Een hogere BMI had een beschermend effect. Dat wijst op een complexe interactie tussen de oestrogenen die in het vetweefsel worden gevormd, een hogere mechanische belasting en chronische ontsteking. Botverlies bij een persoon met hiv moet je onderzoeken (laboratoriumonderzoek) en je moet de patiënt snel behandelen.
Referenties:
1. Dlamini WW, et al. CROI 2026;#732.
2. Wáng Y, et al. Quant Imaging MedSurg. 2022;12:4346-60.