Botlijden door methotrexaat: een zeldzame, ernstige, soms moeilijk te diagnosticeren complicatie
Van de vele duizenden patiënten met een reumatische aandoening zal een aantal ooit een methotrexaatgerelateerde osteopathie ontwikkelen. Dat is een zeldzame, maar ernstige complicatie, waar niet altijd aan wordt gedacht. Wat zijn de waarschuwingstekenen? De METHOFRACT-studie uitgevoerd door een groep Franse vorsers en één Belgische vorser geeft een antwoord op die vraag.(1)
Methotrexaat (MTX) is de hoeksteen bij de behandeling van reumatoïde artritis, psoriatische artritis en andere inflammatoire gewrichtsaandoeningen. De hematologische en leverbijwerkingen van methotrexaat zijn bekend. Door MTX veroorzaakt botlijden daarentegen is veel minder bekend.
Het is een zeldzame complicatie, die moeilijk te diagnosticeren valt. Er is lang discussie geweest over de vraag of methotrexaat al dan niet de oorzaak is. Argumenten die aan een methotrexaatosteopathie moeten doen denken, zijn:
- de plaats van de fracturen met aantasting van de onderste ledematen (beenderen van de voet, proximale of distale metafyse van de tibia, distaal gedeelte van het dijbeen) is niet typisch voor een klassieke osteoporose;
- beeldvorming (MRI, scintigrafie) toont een transversale fissuur met uitgebreid botoedeem. Dat beeld gelijkt meer op dat van een vermoeidheidsfractuur dan op dat van een osteoporotische fractuur;
- er worden meerdere beenderen aangetast en de fracturen recidiveren over verloop van tijd;
- een behandeling voor osteoporose is ineffectief;
- na stopzetting van MTX geneest het bot goed en treden geen fracturen meer op.
De klinische diagnose stoelt vaak op mechanische pijn van de onderste ledematen, terwijl de reumatische ziekte veeleer onder controle is.
METHOFRACT, een multicentrische studie
Een groep Franse vorsers aangevuld met één Belgische vorser heeft een multicentrische studie (2) uitgevoerd bij 92 patiënten (93% postmenopauzale vrouwen), van wie 76% reumatoïde artritis had. Ongeveer 30% van de patiënten had een voorgeschiedenis van fractuur. Het reuma was niet (83%) of weinig (11%) actief op het ogenblik van de diagnose (gebruik van een lage dosering corticosteroïden < 5 mg/d in 83% van de gevallen).
De diagnose werd meestal gesteld met een MRI van de pijnlijke zone (84%) of een botscintigrafie (45%). In 88% van de gevallen ging het om een fractuur van de proximale of de distale metafyse van de tibia en in 49% van de gevallen om een fractuur van de voetbeenderen. 76% van de patiënten vertoonde op het ogenblik van de diagnose meerdere fissuren of fracturen (63% had een voorgeschiedenis van dergelijke fracturen).
Na stopzetting van MTX was de evolutie gunstig bij 91% van de patiënten (heling van het bot, minder pijn, geen nieuwe fractuur meer) en slechts bij 29% van de patiënten als de behandeling werd voortgezet.
De boodschappen
- Je moet denken aan een MTX-osteopathie bij een aanhoudende pijn aan de onderste ledematen, die niet kan worden verklaard door het onderliggende reuma, bij patiënten die een behandeling krijgen met MTX.
- Bij de minste twijfel vraag je een MRI aan.
- De behandeling met MTX moet worden stopgezet.(3) Aangezien er alternatieve behandelingen bestaan, hoef je niet bang te zijn dat de RA zou verslechteren.
- Opsporing van risicopersonen is essentieel.
Referenties:
1. Robin F, et al. Journées Viggo-Petersen 2026.
2. Robin F, et al. METHOFRACT, a methotrexate osteopathy multicentre cohort study. RMD Open 2025;11:e005941.
3. Hauser B, et al. Methotrexate continuation increases fracture risk in patients who sustained lower limb insufficiency fractures. Ann Rheum Dis 2025;84:554-61 .