Geen respons op biologische geneesmiddelen: belang van het immunologische profiel?
Een niet-onaanzienlijk aantal patiënten reageert niet of onvoldoende op biologische geneesmiddelen. Vaak wordt dan gesteld dat de behandeling niet werkt, maar volgens recente gegevens zou dat in een aantal gevallen te wijten zijn aan een discordantie tussen de klinische diagnose en het reële immunologische profiel van de ziekte.
Inflammatoire huidziekten worden veroorzaakt door verschillende immunologische assen (Th1, Th2, Th17, type I-interferon). Er bestaan geneesmiddelen die rechtstreeks inwerken op die targets. De classificatie stoelt echter nog grotendeels op klinische en pathologisch-anatomische criteria, waardoor er diagnostische fouten kunnen worden gemaakt, vooral in klinisch erg twijfelachtige situaties zoals erytrodermie en aantasting van de handpalmen en de voetzolen.
De beperkingen van de huidige diagnostiek
Door analyse van het transcriptoom van huidbiopten kan je dominante “immunologische modules” onderscheiden en huidziekten classificeren volgens hun moleculaire signatuur. Er zijn zeven grote modules beschreven, die overeenstemmen met de onderliggende ontstekingsmechanismen. Sommige huidziekten worden bepaald door één dominante weg, terwijl andere gebaseerd zijn op specifieke combinaties van modules, wat mede een verklaring vormt voor de verschillen in klinische presentatie.
In complexe diagnostische situaties lijkt die werkwijze beter te zijn dan de klassieke methoden. Naargelang van de cohorte bedraagt de diagnostische discordantie 29-63%. Verder blijkt dat klinisch verwante entiteiten soms toe te schrijven zijn aan verschillende biologische mechanismen, wat een verklaring kan vormen voor een onverwachte respons op de behandeling.
Nagaan waarom geen respons wordt waargenomen
Een belangrijk pluspunt is dat die werkwijze kan verklaren waarom een patiënt niet op biologische geneesmiddelen reageert. 82% van 17 non-responders vertoonde een discordantie tussen de toegediende behandeling en het immunologische profiel. Misschien doordat een verkeerde diagnose is gesteld, maar ook door een verandering van immunologisch profiel tijdens behandeling of paradoxale reacties met optreden van onverwachte ontstekingsverschijnselen.
Omgekeerd reageert een minderheid van de patiënten niet op een geneesmiddel dat nochtans gericht is tegen de onderliggende immunologische weg. Dat wijst erop dat andere mechanismen en met name farmacologische mechanismen en individuele variabiliteit meespelen.
Als de patiënt niet reageert op een biologisch geneesmiddel, is het dan ook wenselijk na te gaan of de diagnose wel juist is, met name in geval van een twijfelachtig of overlappend ziektebeeld. Moleculaire profilering is nog geen routineonderzoek en vergt overigens nog een prospectieve validering. Op termijn zou het echter belangrijk kunnen worden rekening te houden met het immunologische profiel bij de therapeutische beslissing om de diagnostische precisie te verhogen en de respons op de behandeling te verbeteren en met het oog op een meer geïndividualiseerde aanpak van inflammatoire huidziektes.
Referenties:
1. Di Domizio J, Girardin A, Conrad C, Seremet T, Gilliet M. Dermatology 2.0: Precision medicine for inflammatory skin diseases. J Eur Acad Dermatol Venereol. 2026;40:440–445.
2. Seremet T, Di Domizio J, Girardin A, et al. Immune modules to guide diagnosis and personalized treatment of inflammatory skin diseases. Nat Commun. 2024;15:10688.