Gonartrose: zoledroninezuur ontgoochelt

Nog geen kwartier, de tijd om de resultaten van de ZAP2-studie in de plenaire sessie te presenteren, dat was voldoende om de hoop van de zowat veertig miljoen patiënten met gonartrose in Europa in rook te doen opgaan. Een jaarlijks infuus van zoledroninezuur gedurende twee jaar vermindert de pijn en verhoogt het functioneren van de patiënten nauwelijks meer dan de placebo en blijkt bovendien geen invloed te hebben op de ziekteactiviteit en blijkt dus het gewricht niet te beschermen.
De interesse voor bisfosfonaten bij de medische behandeling van gonartrose dateert van 2012 na publicatie van de resultaten van een kleinschalige, verkennende studie die werd uitgevoerd bij 59 patiënten. In die studie was de pijn verminderd zes maanden na één enkel infuus van zoledroninezuur. Ook de gewrichtsdestructie was verminderd te oordelen naar de letsels van het beenmerg bij MRI. Die beenmergletsels, die bij MRI goed te zien en te meten zijn, correleren sterk met de pijn en een verergering van de gonartrose. Om die eerste resultaten te bevestigen, hebben de auteurs een multicentrische, gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie op touw gezet. De studie werd uitgevoerd bij 223 patiënten van gemiddeld 62 jaar, van wie 52% vrouwen. Patiënten met een zeer ernstige gonartrose werden uit de studie uitgesloten. De patiënten werden gerandomiseerd naar een placebo of een jaarlijks infuus van zoledroninezuur gedurende 2 jaar. Er werd geen significant verschil in de pijn te oordelen naar de WOMAC-score en de score op een visuele analoge schaal, het functioneren (WOMAC-score) en de evolutie van het gewrichtslijden te oordelen naar het totale volume van beenmergletsels bij MRI waargenomen tussen de placebogroep en de zoledroninezuurgroep. De enige troost is dat alle evaluatiecriteria veeleer beter waren in de subgroep van patiënten met symptomen van gonartrose met echter nog normale röntgenfoto's (graad 0 op de Kellgren-Lawrence-schaal), maar het verschil was toch niet significant.
Ref: Cai G. et al. OP0016, EULAR 2018.