Reumatoïde artritis zonder respons op methotrexaat. Een nieuwe IL-6R-antagonist is een optie
Methotrexaat in een dosering die verschilt naargelang van de ernst van de symptomen, is de eerstelijnstherapie bij reumatoïde artritis (RA). Als methotrexaat mislukt, schrijf je het best een biologisch geneesmiddel voor, maar dat hoeft daarom niet altijd een TNF-alfa-antagonist te zijn.
Een aantal patiënten zal na verloop van tijd niet meer reageren op methotrexaat en dan is het wenselijk over te schakelen op een biologisch geneesmiddel. TNF-alfa-antagonisten worden het vaakst gebruikt in die indicatie. Maar inmiddels werden nog andere monoklonale antistoffen ontwikkeld zoals sarilumab, een monoklonale antistof tegen de receptor voor IL-6-alfa. In de SARIL-RA-MOBILITY-studie werden de drie primaire eindpunten bereikt, verbeterden de tekenen en de symptomen van de ziekte na 24 weken en de lichamelijke functie na 16 weken en waren de gewrichtsletsels na 52 weken minder verergerd met sarilumab.
Efficiënt...
Deze studie werd uitgevoerd bij 1.369 patiënten die niet (meer) reageerden op methotrexaat. De patiënten werden behandeld met sarilumab 150 of 200 mg s.c. om de 2 weken samen met methotrexaat of een placebo. Het primaire eindpunt was het percentage ACR20-respons na 24 weken. Secundaire eindpunten waren de HAQ-DI-score na 16 weken en de gewijzigde sharpscore na 52 weken. De demografische kenmerken van de patiënten in de drie groepen waren vergelijkbaar. De meeste patiënten (bijna 80%) waren vrouwen, de RA bestond gemiddeld sinds negen jaar. Het ging om een actieve RA met een initiële DAS28-CRP van 6. De meeste patiënten waren reumafactorpositief en hadden antistoffen tegen cyclische gecitrullineerde peptiden. De twee doseringen van sarilumab waren efficiënter dan de placebo: het percentage ACR20-respons na 24 weken bedroeg respectievelijk 58 en 66,4% tegen 33,4% met de placebo. Ook de HAQ-score daalde meer met sarilumab dan met de placebo (met respectievelijk 0,53, 0,55 en 0,29). Het percentage patiënten zonder radiografische verergering bedroeg 47,8% met sarilumab en 38,7% met de placebo. Bij behandeling met sarilumab zijn, zoals te verwachten was, vaker infecties opgetreden, meestal matige infecties en geen enkel geval van tuberculose, maar toch acht gevallen van zona en één geval van Candidabronchitis. 16,7% van de patiënten heeft antistoffen tegen de monoklonale antistof ontwikkeld, maar dat correleerde niet met een verlies van efficiëntie.