Behandeling van osteoporose en levensverwachting
Osteoporose is een chronische ziekte die een hoog risico inhoudt op fracturen, morbiditeit en mortaliteit. Vaak is een langetermijnbehandeling vereist, maar de daarmee samenhangende risico's zijn nog niet volledig gedocumenteerd. Het overlijdensrisico weerhoudt artsen er vaak van om hoogbejaarde patiënten te behandelen. Maar daar zou wel eens verandering in kunnen komen als zou blijken dat de behandeling het overlijdensrisico net verlaagt.
Bij gebrek aan voldoende epidemiologische gegevens weten we niet of de geneesmiddelen die worden gebruikt bij de behandeling van osteoporose, invloed hebben op de sterfte. Een Deense groep heeft daarom een observationele studie1 op touw gezet, waarbij ze in de nationale registers zijn gaan kijken naar de afgeleverde voorschriften (bisfosfonaten, strontiumranelaat, teriparatide, oestrogenen, vitamine D, calcium ...), de begeleidende comorbiditeit en de sterfte. In het totaal hebben ze de gegevens geanalyseerd van 58.637 patiënten en 225.084 controlepersonen van dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht. De sterfte werd gedocumenteerd tot einde 2013, dus gedurende een follow-up van 10-17 jaar.
De levensverwachting stijgt tijdens behandeling
De studie toont aan dat het relatieve overlijdensrisico bij mannen jonger dan 80 jaar en bij vrouwen jonger dan 60 jaar niet meer stijgt en stabiel blijft vanaf het eerste jaar. Bij vrouwen van 65-70 jaar werd een lichte stijging van het overlijdensrisico waargenomen tijdens het eerste jaar van de behandeling, gevolgd door een daling tot een niveau lager dan in de algemene bevolking. De levensverwachting van een man van 50 jaar die een behandeling voor osteoporose start, wordt geraamd op 18,2 jaar en die van een man van 75 jaar op 7,5 jaar. Bij vrouwen is dat respectievelijk 26,4 en 13,5 jaar. De studie toont ook aan dat de gemiddelde levensduur van patiënten met osteoporose bij vrouwen jonger dan 75 jaar en bij mannen jonger dan 60 jaar hoger is dan 15 jaar. Die studie illustreert het nut van goede documentatiebronnen bij de behandeling van chronische ziekten. Ze leert ook dat een hoge leeftijd op zich geen bezwaar mag zijn tegen het starten van een behandeling.