Coronairlijden en reumatoïde artritis: ontsteking is de gemeenschappelijke noemer
Een kwart van de patiënten met een reumatoïde artritis zou coronairlijden vertonen zonder andere risicofactoren zoals dyslipidemie, hypertensie, roken of type 2-diabetes. De chronische ontsteking is de gemeenschappelijke noemer van die twee aandoeningen.
Patiënten met reumatoïde artritis (RA) vertonen vaak cardiovasculaire comorbiditeit. Meerdere studies hebben dat bevestigd. Volgens een studie vertoont bijna een kwart van de patiënten coronairlijden zonder cardiovasculaire symptomen en zonder de klassieke cardiovasculaire risicofactoren zoals dyslipidemie, hypertensie, roken en type 2-diabetes. De chronische ontsteking is de gemeenschappelijke noemer van die twee aandoeningen.
Een hoger risico op ACS
In dit casus-controleonderzoek1 hebben de auteurs de risicofactoren voor een acuut coronair syndroom opgespoord bij patiënten met een beginnende RA. Ze zijn daarvoor uitgegaan van de EIRA-studie (Epidemiological Investigation of RA) en de Zweedse gezondheidsregisters, waarbij de patiënten werden vergeleken met controlepersonen zonder acuut coronair syndroom. Er werd een maximum aan informatie over de ziekte verzameld (DAS28, serologie, genetische markers, comorbiditeit, behandeling ....). Het casus-controleonderzoek werd uitgevoerd bij 138 RA-patiënten en 624 controlepersonen. Roken, een voorgeschiedenis van acuut myocardinfarct en meer dan 50 dagen ziekteverlof tijdens het jaar voor het begin van de RA correleerden met een hoog risico op een acuut coronair syndroom. Een behandeling met een DMARD en de aanwezigheid van RF hadden geen invloed op het risico op ACS. Een hoge titer antistoffen tegen gecitrullineerde peptiden correleerde borderline significant met het risico op ACS. Patiënten met een beginnende RA kunnen dus al risicofactoren voor coronairlijden vertonen. Die patiënten moeten dan ook aandachtig worden gevolgd.