Beïnvloeden familiale antecedenten het klinische beeld en de respons op de behandeling?
Eén van de risicofactoren voor reumatoïde artritis zijn de familiale antecedenten. Verergeren familiale antecedenten de ziekte en/of voorspellen ze de respons op de behandeling, ook al is de link tussen beide niet meteen duidelijk?
Reumatoïde artritis (RA) is in principe geen erfelijke aandoening, maar zoals bij veel andere immunologisch gemedieerde aandoeningen spelen de familiale antecedenten een predisponerende rol, net zoals roken en het geslacht (ongeveer 70% van de patiënten met RA is van het vrouwelijke geslacht).
De auteurs hebben het Zweedse prospectieve register voor reumatologie doorgenomen. Van 6.869 patiënten die tussen 2000 en 2011 werden behandeld verzamelden ze informatie over de familiale voorgeschiedenis, een bewezen diagnose van RA in de familie en andere gegevens om de historiek van de patiënten over meerdere generaties te kunnen volgen. Ook werd de respons op een behandeling met metotrexaat (n = 4630) of een TNF-alfa-antagonist, de overleving, de EULAR-respons en de ziekteactiviteit gemeten aan de DAS28 geëvalueerd.
Geen verergerende noch voorspellende rol
Patiënten met een beginnende RA en familiale antecedenten van RA waren vaker reumafactorpositief, maar het klinische beeld verschilde niet van dat bij de andere patiënten. Familiale antecedenten van RA voorspelden de respons op metotrexaat of de TNF-alfa-antagonist niet behalve wat de EULAR-respons op een TNF-alfa-antagonist na 6 maanden betreft (OR = 1,4). Als een naaste verwante de behandeling met een TNF-alfa-antagonist na 1 jaar heeft stopgezet, is de kans groter dat de patiënt dat ook zal doen. Volgens de auteurs heeft een familiale voorgeschiedenis van RA geen invloed op het klinische beeld en voorspelt ze de respons op een standaardbehandeling met metotrexaat of een TNF-alfa-antagonist niet.