Infectieuze spondylodiscitis : Een onverwacht hoge sterfte op korte termijn
Bij een spondylodiscitis worden de tussenwervelschijf en de aangrenzende wervellichamen geïnfecteerd. De infectie kan het gevolg zijn van een hematogene uitzaaiing, een directe contaminatie bij een diagnostische of therapeutische procedure of een contaminatie door contiguïteit. Waarom is de sterfte op korte termijn zo hoog?
Beeldvorming is essentieel om de juiste plaats van de spondylodiscitis en de uitbreiding ervan naar de epidurale ruimte en de weke delen te bepalen en ook om een eventuele discuspunctie uit te voeren om de oorzakelijke kiem te achterhalen. De behandeling kan dienovereenkomstig worden aangepast. Met een beeldvormingsonderzoek kan je ook de neurologische en infectieuze complicaties evalueren.
Welk onderzoek? Standaardröntgenfoto's brengen weinig bij en zijn onvoldoende sensitief. Een CT-scan heeft een hogere sensitiviteit en je kan er een reconstructie in meerdere vlakken mee maken. Een MRI is gevoelig én specifiek en is het beste onderzoek om een zekerheidsdiagnose te stellen. De sterfte op korte termijn is hoog bij een infectieuze spondylodiscitis. Hoe komt dat?
Een verband met de kiem
Dit cohortonderzoek1 werd uitgevoerd bij 298 patiënten ouder dan 18 jaar met een infectieuze spondylodiscitis. De MRR (Mortality Rate Ratio) werd vergeleken tussen die patiënten en een referentiepopulatie. De kortetermijnsterfte werd gedefinieerd als het aantal sterfgevallen tijdens het eerste jaar na opname. De langetermijnsterfte werd gedefinieerd als de sterfte na 1 jaar. 20% van de patiënten overleed tijdens het eerste jaar. De gecorrigeerde MMR bedroeg 16,8 van dag 0 tot dag 90, 4,2 van dag 91 tot dag 365, 2,2 van jaar 1 tot jaar 4 en 1,7 van jaar 5 tot jaar 14.
De MMR werd ook berekend volgens de microbiologische oorzaak. Als de oorzakelijke kiem niet bekend was, bedroeg de MMR 8,8 van dag 0 tot dag 90, 1,4 van dag 91 tot dag 365, 3,2 van jaar 1 tot jaar 4 en 1,1 van jaar 5 tot jaar 14. Bij een Staphylococcus aureusinfectie bedroeg de MMR 24 van dag 0 tot dag 90 en 6 van dag 91 tot dag 365.
Ernstige neurologische uitvalsverschijnselen bij opname, een epiduraal abces en comorbiditeit correleerden met een hogere kortetermijnsterfte. De langetermijnsterfte bleek niet af te hangen van de oorzakelijke kiem. De kortetermijnsterfte was hoger in geval van een infectie met abcedatie en neurologische uitvalsverschijnselen. De langetermijnsterfte was ook hoger bij alcoholisten.