Een hormonale substitutietherapie verlaagt het risico op fracturen
Hypofyse-insufficiëntie wordt gekenmerkt door een tekort aan hypofysaire hormonen en vooral dan de hormonen van de adenohypofyse (ACTH, gonadotrofines, groeihormoon ...). Die patiënten krijgen altijd een hormonale substitutietherapie met groeihormoon. Heeft dat invloed op het fractuurrisico?
Deze studie1 heeft het effect van toediening van groeihormoon op het fractuurrisico op lange termijn onderzocht bij volwassenen die werden geselecteerd in een gegevensbank (Hypopituitary Control and Complications Study). Deze prospectieve studie werd uitgevoerd bij Amerikaanse, Canadese, Japanse en Europese patiënten van 18 jaar of ouder met een bewezen diagnose van groeihormoondeficiëntie al dan niet met een tekort aan andere hormonen te oordelen naar de klinische antecedenten en het laboratoriumonderzoek. De gemiddelde follow-up bedroeg vier tot zes jaar. Het effect van de substitutietherapie op het fractuurrisico werd geëvalueerd met een coxmodel met correctie voor vertekenende factoren.
Minder fracturen met de behandeling
Tussen januari 1996 en december 2012 werden 9.641 patiënten in de studie opgenomen. 8.374 kregen groeihormoon en 1.267 niet. De jaarlijkse incidentie van fracturen was lager bij de patiënten die groeihormoon kregen, dan in de andere groep (1,19% versus 1,91%, HR = 0,69, 95% BI 0,54 - 0,88). Inname van groeihormoon daarentegen had geen invloed op het fractuurrisico in een subgroep van patiënten met een vooraf bestaande osteoporose. Volgens de auteurs wijzen die resultaten erop dat een substitutietherapie met groeihormoon volwassenen zonder bekende antecedenten van osteoporose kan beschermen tegen fracturen. Een behandeling met groeihormoon starten voor er tekenen van osteoporose verschijnen, kan gunstige invloed hebben op de gezondheid van het bot bij volwassenen met hypofyse-insufficiëntie.