Osteoporotische heupfractuur: frequenter, oudere patiënten en gecompliceerde behandeling
De prevalentie van osteoporotische heupfracturen is de laatste 20 jaar met bijna 60% gestegen. De patiënten zijn bovendien almaar ouder en de sterfte blijft hoog ondanks de therapeutische aanwinsten.
Het aantal heupfracturen stijgt sterk als gevolg van de vergrijzing van de bevolking. De prevalentie is de laatste 20 jaar met bijna 60% gestegen: van 98/100 000 in de jaren 1989/1990 tot 159/100 000 20 jaar later. De gemiddelde leeftijd van de patiënten is ook gestegen: van 80,3 jaar in 1989/1990 tot 82 jaar in 2009/2010. Naast de incidentie en de leeftijd van de patiënten is ook het type fractuur veranderd. We zien significant vaker femurhalsfracturen, verbrijzelingsfracturen en instabiele fracturen van het trochantermassief en minder fracturen zonder verplaatsing.
Een hoge sterfte
De sterfte is hoger bij bejaarden en die patiënten verblijven ook langer in het ziekenhuis. In deze studie bij 458 patiënten die tussen 2005 en einde 2012 in een centrum voor orthopedie/traumatologie werden opgenomen voor behandeling van een fractuur, bedroeg de sterfte 4% na 30 dagen, 14,1% na 6 maanden en 18,8% na 1 jaar. De sterfte na een heupfractuur stijgt vooral als gevolg van systemische ontstekingsreacties en immobilisatie. De sterfte hangt ook af van de leeftijd en de tijd die verloopt tussen de fractuur en de operatie. Bij patiënten < 75 jaar en als de operatie wordt uitgevoerd binnen 48 uur na opname, zal de sterfte na 1 jaar laag zijn. De sterfte na 6 maanden en 1 jaar is hoger bij mannen, vooral als ze nog meer dan twee andere aandoeningen vertonen. Samengevat, de studie toont aan dat de operatie het best binnen 48 uur na opname wordt uitgevoerd om de sterfte te verlagen. Voor kleinere ziekenhuizen is het een echte uitdaging om binnen 48 uur te opereren, vreest de auteur van de studie. Bovendien krijgen veel patiënten anticoagulantia, wat de zaken nog bemoeilijkt.