Spondylartritis ankylosans: kan je radiografische progressie voorspellen?
Deze studie heeft het verband onderzocht tussen de serumadipokinespiegel en inflammatoire markers, de ziekteactiviteit en radiografische progressie bij patiënten met een spondylartritis ankylosans (SA). De studie werd uitgevoerd om een marker te vinden die progressie zou voorspellen.
Adipokines hebben metabole en inflammatoire effecten, maar kunnen ook een rol spelen bij het botmetabolisme. Om die hypothese te toetsen, maar ook om een voorspeller van radiografische progressie te zoeken, hebben de auteurs de serumspiegels van drie adipokines, namelijk adiponectine, resistine en visfatine, met een enzymatische immunotest gemeten bij 86 patiënten (gemiddelde leeftijd: 38 jaar, 65% mannen, 81,4% HLA-B27 +, duur van de ziekte > 4 jaar) met een spondylartritis ankylosans ( SA) en 25 controlepersonen. De radiografische afwijkingen van de wervelkolom werden gemeten na 2 jaar. In het begin van de studie waren de resistine- en de visfatinespiegel significant hoger bij de SA-patiënten dan bij de controlepersonen (11,6 ± 10,6 ng/ml versus 6,6 ± 3,2 ng/ ml, p = 0,01 voor resistine en 20,9 ± 48,3 ng/ ml versus 3,4 ± 2,6 ng/ ml, p = 0,001 voor visfatine). De serumspiegels van de adipokines correleerden niet met de ziekteactiviteit. Alleen de serumvisfatinespiegels correleerden met de ontstekingsmarkers. Alleen de visfatinespiegels waren significant hoger bij de patiënten bij wie de mSASSS met meer dan 2 eenheden was verslechterd na 2 jaar, dan bij de patiënten zonder verslechtering van die score, en ook bij de patiënten bij wie syndesmofyten waren ontstaan of toegenomen.
Visfatine, een voorspellende marker
Een visfatinespiegel > 8 ng/ml bij inclusie was een significante voorspeller van radiografische toename van de letsels van de wervelkolom (HR = 3,6 pour voor een toename van de mSASSS en 5,4 voor ontstaan/toename van syndesmofyten). De stijging van de visfatinespiegel hangt niet af van ontstekingsverschijnselen.