Brekende botten en stijve slagaders: is atherosclerose een risicomarker van osteoporose?
Algemeen wordt aangenomen dat osteoporose en atherosclerose onderling samenhangen via het osteoprotegerinesysteem (OPG). Als dat juist is, zouden epidemiologische studies een verband moeten vinden tussen atherosclerose en osteoporose. Is dat ook zo?
Epidemiologische studies hebben vastgesteld dat patiënten met arterieel lijden vaak ook osteoporose vertonen en dat omgekeerd een lage botdichtheid correleert met een hoger risico op hart- en vaataandoeningen. Gemeenschappelijke noemers zijn het khloto-eiwit en osteoprotegerine. Osteoprotegerine is een eiwit dat een rol speelt bij osteoporose en de vorming van verkalkte atheroomplaten. Het is een oplosbaar eiwit dat door de osteoblasten wordt afgescheiden en dat ook RANK-L bindt. Experimenteel vermindert osteoprotegerine de botresorptie. Het zou dan ook een behandeling kunnen zijn voor osteoporose. Is de link met atherosclerose bevestigd?
77% van de mannen heeft een normale botdichtheid
De studie1 werd uitgevoerd bij 1.675 mannen van 38-78 jaar (gemiddelde leeftijd 59 jaar) met atherosclerose (bewezen bij coronariografie). De controlegroep telde 680 gezonde mannen van 40-70 jaar. Mannen met atherosclerose bleken vaker osteoporose te vertonen dan de gezonde proefpersonen. Slechts 23% had een normale botmassa (T- en Z-scores bij DXA). 19% vertoonde een T-score die compatibel was met osteopenie, en 58% een T-score die wees op osteoporose. De botdichtheid was verlaagd in de lumbale wervels L1-L4. Dat wijst erop dat het trabeculaire bot meer was aangetast dan het corticale. Er werd echter geen correlatie vastgesteld tussen de T-score en verschillende klinische vormen van atherosclerose. Met een beter inzicht in de onderlinge relaties tussen beide aandoeningen moet het mogelijk zijn risicopatiënten beter op te sporen en de behandeling beter te richten.