Behandeling van ernstige hypofosfatasia : Heeft een stamceltransplantatie zin?
Hypofosfatasia is een zeldzame aandoening die wordt veroorzaakt door een enzymdeficiëntie als gevolg van mutaties van het ALPL-gen. Stoornissen van de botmineralisatie en tandletsels zijn zeldzaam. Je kan de diagnose gemakkelijk stellen, maar de behandeling is een ander paar mouwen. Hypofosfatasia wordt behandeld met vitamines, NSAID's en teriparatide, met interessante resultaten. Heeft een transplantatie van mesenchymateuze stamcellen zin?
Hypofosfatasia wordt bij radiografisch onderzoek gekenmerkt door botmisvormingen, mineralisatiestoornissen, fissuren, fracturen en soms letsels van chondrocalcinose. Histologisch onderzoek toont afwijkingen van de mineralisatie van het osteoïd weefsel. Een transplantatie van allogeen merg biedt weinig soelaas. Maar misschien kunnen we mesenchymateuze stamcellen (MCS) gebruiken1. Die cellen kunnen zich differentiëren tot verschillende lijnen waaronder botcellen en kraakbeencellen.
MSC zijn efficiënt
De onderzoekers hebben herhaaldelijk injecties van gekweekte allogene MSC toegediend bij twee patiënten met een ernstige hypofosfatasia die al een transplantatie van allogene stamcellen hadden gekregen, om een potentieel effect op de botvorming te evalueren. Na injectie verbeterde niet alleen de botmineralisatie, maar ook de spiermassa, de longfunctie en de geestelijke ontwikkeling. De patiënten waren op de leeftijd van drie jaar nog altijd in leven (normaal bedraagt de sterfte na één jaar 50%). Een DNA-analyse bevestigde de aanwezigheid van sequenties van donor-DNA bij de ontvanger. Er zijn weinig bijwerkingen opgetreden. De alkalischefosfataseactiviteit, die sterk onderdrukt is bij hypofosfatasia, steeg echter maar weinig en de architectuur van het bot werd niet normaal. Die gegevens wijzen erop dat multipele injecties van MSC gunstige klinische effecten kunnen hebben bij patiënten met hypofosfatasia, een zeldzame, potentieel dodelijke ziekte.