Behandeling van osteoporose: kan je langer behandelen zonder risico?
De vraag mag worden gesteld als je langer dan 3 jaar behandelt. Volgens de literatuur zal de botdichtheid nog licht stijgen als je de behandeling voortzet, en als je de behandeling stopzet, zou de botdichtheid licht dalen. Wat zijn de risico's en bijwerkingen van een langere behandeling? Het antwoord door prof. Maria-Louisa Brandi (Firenze).
Er bestaan nu 5 klassen voor de behandeling van osteoporose (bisfosfonaten, denosumab, SERM's, PTH-peptiden en strontiumranelaat). Ze verlagen het fractuurrisico met 40-69%. Bisfosfonaten werden onderzocht gedurende 3 jaar. In extensiestudies werden zeer zelden aseptische necrose van de kaak, atriumfibrillatie, irritatie van de slokdarm, hypocalciëmie en mogelijke nefrotoxiciteit beschreven. Wat is de risico-batenverhouding van een langere behandeling, wetende dat een "treat-to-target" niet altijd mogelijk is?
Geen overtuigende gegevens
Twee langetermijnstudies met alendronaat en zoledronaat leren ons dat een voortzetting van de behandeling de botdichtheid nog licht verhoogt en dat de botdichtheid licht zal afnamen na stopzetting van de behandeling. Een voortzetting van de behandeling verlaagt het risico op wervelfracturen verder, maar niet het risico op andere dan wervelfracturen. En het risico op atypische fracturen? Dat is niet zo duidelijk. Het risico zou wat stijgen met de duur van de behandeling. De gunstige effecten van denosumab, SERM's en teriparatide zouden snel uitdoven na stopzetting van de behandeling. Beperkte gegevens wijzen erop dat de gunstige effecten van risedronaat en ibandronaat traag afnemen na stopzetting van de behandeling.
Een stilzwijgende consensus
Er is een consensus om de behandeling in te korten en om de behandeling enkel te verlengen bij zorgvuldig geselecteerde patiënten. Bij patiënten die een matig risico lopen kan de behandeling na 3-5 jaar worden stopgezet. De behandeling wordt niet hervat zolang de botdichtheid stabiel blijft en er geen fractuur optreedt. Patiënten die een hoog risico lopen, moeten verder worden behandeld, eventueel met andere geneesmiddelen dan een bisfosfonaat. Een behandeling met teriparatide mag niet langer duren dan 2 jaar.
Nog veel vragen
Voorkomt de behandeling fracturen na 20 jaar? Kunnen we het risico op atypische fracturen voorspellen? Moet je een sequentiële behandeling of een combinatietherapie geven? Moet je de behandeling af en toe onderbreken en zo ja, hoelang? Het antwoord op die vragen hangt af van het totaalplaatje, de voorgeschiedenis, de respons op en de veiligheid van de behandeling. Het is echter niet altijd goed om het onderste uit de kan te willen halen.