Risico op heractivering van hepatitis C?
Een behandeling van reumatoïde artritis (RA) met corticoïden, metotrexaat en biologische geneesmiddelen kan invloed uitoefenen op de evolutie van hepatitis C of kan het virus heractiveren bij geïnfecteerde patiënten. Wat kan u doen om dat risico te verkleinen?
Er is weinig informatie daaromtrent met corticoïden. Na levertransplantatie werd echter aangetoond dat bolusinjecties van corticoïden de fibrose kunnen versnellen. Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van MTX bij patiënten die drager zijn van het hepatitis C-virus en een significante fibrose (meer dan F2) vertonen, gezien het fibroserende potentieel van dat geneesmiddel. Er werd echter geen verandering van de virale belasting of de transaminasen waargenomen bij patiënten met een matige fibrose (minder dan F2).
Wat met biologische geneesmiddelen?
Een recente meta-analyse heeft vrij geruststellende gegevens opgeleverd: slechts bij 3 van de 216 HCV-positieve patiënten was de virale hepatitis verergerd, waarvoor de behandeling moest worden stopgezet. De evolutie daarna was gunstig. Deze studie1 werd uitgevoerd bij 32 RA-patiënten die geïnfecteerd waren met het hepatitis C-virus. Ze werden behandeld met etanercept of adalimumab. Er werd geen enkel geval van heractivering van het virus waargenomen. Bij hooguit 20% van de patiënten werden verhoogde transaminasen gemeten en die stijging kon worden toegeschreven aan het concomiterende gebruik van DMARD's, profylactische toediening van isoniazide of alcoholisme. Volgens die studie zijn TNF-alfa-antagonisten bij HCV-positieve RA-patiënten veilig. De auteurs stellen dat die patiënten aandachtig moeten worden gevolgd, en met reden. Volgens een andere studie2 zouden TNF-alfa-antagonisten wel leverletsels en een stijging van de transaminasen kunnen veroorzaken. Na behandeling kan ANF positief worden. De combinatie van MTX en een biologisch geneesmiddel zou het risico op leverletsels verlagen.