Reumatoïde artritis: tofacitinib verzwakt de respons op het pneumokokkenvaccin
Biologische geneesmiddelen kunnen een infectie opnieuw activeren. Daarom wordt aanbevolen patiënten bij wie een dergelijke behandeling wordt gestart, in te enten. Welk effect heeft een januskinaseremmer op de efficiëntie van het pneumokokkenvaccin en het griepvaccin?
Tofacitinib is een JAK-kinaseremmer die de differentiatie van inflammatoire T-lymfocyten blokkeert. De eerste studies hadden al aangetoond dat tofacitinib goed werkt bij reumatoïde artritis (RA). Net zoals met andere biologische geneesmiddelen werd een studie1 uitgevoerd naar de veiligheid van en vooral het infectieuze risico met tofacitinib. In het eerste gedeelte van de studie werden patiënten die nog geen tofacitinib hadden gekregen, gerandomiseerd naar tofacitinib 10 mg 2x/d of een placebo en een pneumokokkenvaccin of griepvaccin 4 weken later. In het tweede deel van de studie werden patiënten die werden behandeld met tofacitinib 10 mg 2x/d met of zonder metotrexaat, in twee groepen ingedeeld (voortzetting of onderbreking van tofacitinib gedurende 2 weken) gevolg door vaccinatie een week na de randomisatie. Het primaire eindpunt was het percentage patiënten met een bevredigende respons op het pneumokokkenvaccin (stijging van de antistoftiter tegen minstens 6 van de 12 pneumokokkenserotypes met factor 2 of meer) en het griepvaccin (stijging van de antistoftiter tegen 2 of 3 van de 3 virale antigenen met factor 4 of meer).
Geen invloed op de respons op het griepvaccin
Het aantal patiënten met een bevredigende respons op het pneumokokkenvaccin was lager met tofacitinib (45,1%) dan met placebo (68,4%). De antistoftiters waren lager met tofacitinib, vooral als het werd gecombineerd met MTX. Het aantal patiënten met een bevredigende respons op het griepvaccin was echter vergelijkbaar: 56,9% in de tofacitinibgroep en 62,2% in de placebogroep. In de tweede studie was de respons op de 2 vaccins dezelfde bij de patiënten die de behandeling hadden voortgezet, als bij de patiënten die de behandeling even hadden onderbroken. Het is nog niet duidelijk waarom er een verschil blijkt te zijn tussen de respons op het pneumokokkenvaccin en de respons op het griepvaccin.