Traumatische heupluxatie: snel reduceren om complicaties te voorkomen
Bij kinderen jonger dan 3 jaar moet een traumatische heupluxatie snel worden behandeld. De prognose is het best na een gesloten reductie. Enkele weken na het trauma moet een beeldvormingsonderzoek worden uitgevoerd (MRI of Tc99m-scintigrafie).
Een traumatische luxatie van het heupgewricht doet zich in ongeveer 5% van de gevallen voor bij kinderen jonger dan 14 jaar. De posterieure vorm is minder ernstig dan de anterieure vorm zoals bij volwassenen. De luxatie kan worden uitgelokt door een licht trauma (sport of spel), vooral bij kinderen jonger dan 6 jaar. De auteurs1 beschrijven het geval van een meisje van 3 jaar dat werd opgenomen na een val van een slee. Ze klaagde van pijn aan de linkerheup en vertoonde een verkorting van het linkerbeen met een heup in flexie. Bij palpatie deed het rechterdijbeen pijn. Röntgenonderzoek toonde een volledige voorwaartse ontwrichting van het linkerheupgewricht en een fractuur van de overgang tussen de diafyse en de distale metafyse van het rechter femur. De behandeling bestond in een reductie van de luxatie onder algemene anesthesie 90 minuten na opname van het kind. Een controlefoto na de ingreep toonde een goede congruentie van het gewricht en een symmetrische gewrichtsspleet van het linker- en het rechterheupgewricht. Het kind werd daarna in tractie gelegd gedurende 10 dagen en daarna mocht het zijn heup gedurende 3 weken helemaal niet belasten. Daarvoor werd een gips aangelegd van het bekken tot de voet.
Opgelet voor complicaties
De auteurs vestigen de aandacht op het feit dat een uitstel van de reductie (> 6 uur) complicaties kan veroorzaken zoals een aseptische necrose van de femurkop, groeistoornissen, aantasting van de nervus ischiadicus, een recidiefluxatie of een posttraumatische artritis. De prognose is beter na een gesloten reductie. Na de luxatie moet je een beeldvormingsonderzoek aanvragen om een gewrichtsmuis (stukje bot- en kraakbeenweefsel, stukje van het labrum) uit te sluiten en ook moet je 2-6 weken na het trauma een MRI of Tc99m-scintigrafie aanvragen om de bevloeiing van de epifyse te beoordelen.