Reumatoïde artritis: waarom geen bispecifieke antistof?
TNF-alfa-antagonisten en IL-6-antagonisten vormen de standaardbehandeling bij reumatoïde artritis (RA). Een behandeling met een of andere antistof geeft slechts bij de helft van de patiënten een significante respons. Waarom dan niet twee antistoffen in één geneesmiddel combineren?
De standaardbehandeling van RA bestaat over het algemeen in DMARD's gevolgd door TNF-alfa-antagonisten en cytokineantagonisten. Meerdere pro-inflammatoire cytokines (TNFa, IL-1, IL-6, IL-15, IL-17, IL-18...) spelen een rol bij de pathogenese van RA. Het leek dan ook logisch antistoffen gericht tegen minstens 2 cytokines te koppelen in de hoop dat ze synergetisch zouden werken.
Twee is beter dan één
Deze nieuwe studie heeft een gecombineerde bispecifieke antistof onderzocht die de eigenschappen van een TNF-alfa-antagonist en een IL-17-antagonist combineert en een synergetisch effect uitoefent bij het onderdrukken van de activering van mesenchymateuze cellen in vitro en op de ontsteking en de vernietiging van de weefsels bij artritis in vivo. De onderzoekers hebben synoviocyten in cultuur gebracht en behandeld met verschillende concentraties van een TNF-alfa-antagonist, een IL-17-antagonist en een combinatie van beide. Die neutraliserende antistoffen werden gebruikt om het effect op de cytokines in vitro en de ontwikkeling van artritis en gewrichtskraakbeendestructie bij transgene muizen te evalueren. De bispecifieke antistof gericht tegen TNF-alfa en IL-17 blokkeerde de cytokines en de respons in vitro beter dan de andere antistoffen. Ook bij de muizen met artritis blokkeerde de bispecifieke antistof de ontsteking en de bot- en kraakbeendestructie meer dan de monovalente antistoffen. De auteurs concluderen dan ook dat die dubbele remming ook heilzaam zou kunnen zijn bij de mens. Dat zou in elk geval een manier zijn om de therapeutische respons te verbeteren bij RA-patiënten die worden behandeld met een antistof die gericht is tegen één enkele cytokine.