Lumbale stenose: chirurgie of medicamenteuze behandeling?
Het is vaak moeilijk de gunstige effecten van chirurgie en medicatie te evalueren omdat de klinische presentatie erg wisselend kan zijn, omdat er allerhande chirurgische technieken worden toegepast en omdat de ernst van de symptomen kan verschillen. De "Spine Patient Outcomes Research Trial" probeert die vraag toch te beantwoorden na een follow-up van acht jaar.
Er is nog discussie over de behandeling van een lumbale stenose: chirurgie of conservatief beleid. De studies die tot nog toe werden gepubliceerd, geven geen uitsluitsel doordat ze werden uitgevoerd bij patiënten met of zonder spondylolisthesis, doordat de intensiteit van de symptomen niet in alle studies op dezelfde manier werd geëvalueerd en vooral doordat het aantal patiënten te klein was om een definitieve conclusie te kunnen trekken.
Geen verschil op lange termijn
De SPORT-studie1 werd uitgevoerd in 13 Amerikaanse centra bij 654 patiënten die sinds minstens 12 weken symptomen hadden en bij wie de radiologische bevindingen strookten met de in- en exclusiecriteria van de studie. De patiënten werden gerandomiseerd naar een chirurgische behandeling (laminectomie via posterieure weg, in geval van spondylolisthesis aangevuld met bottransplantatie) of een medicamenteuze behandeling op basis van niet-steroïdale ontstekingsremmende middelen, pijnstillers, opiaten of infiltraties van corticoïden. De patiënten van de geopereerde groep hadden doorgaans een minder goede prognose met meer pijn en een ernstigere handicap. Bij analyse volgens het principe van intentie tot behandelen werd geen verschil tussen de twee groepen waargenomen. Maar bij analyse per protocol werd wel een verschil in het voordeel van chirurgie vastgesteld tot 4 jaar na de operatie, maar die gunstige effecten blijken af te zwakken na 6 en 8 jaar. Het blijft moeilijk om een definitieve keuze te maken. De beslissing moet dus bij elke patiënt afzonderlijk worden genomen.