Artroplastiek van de knie of de heup: eerst een cardiologisch onderzoek
Na plaatsing van een heup- of knieprothese treden vaak cardiale complicaties op. Bovendien betreft het vaak ouderen met cardiovasculaire, metabole, renale en andere antecedenten.
Gezien de vergrijzing van de bevolking dient almaar vaker een heup- of knieprothese te worden geplaatst. De chirurgische techniek staat goed op punt, maar er zijn nog vragen over de aanpak van patiënten met cardiale antecedenten of comorbiditeit en patiënten die worden behandeld met antitrombotica.
Drie voorspellers van complicaties
Deze studie1 maakt deel uit van het "American College of Surgeons National Surgical Quality Improvement Program" dat in 2006 werd gelanceerd om de complicaties te evalueren die kunnen optreden na plaatsing van een totale heup- (THP) of knieprothese (TKP). Cardiale antecedenten werden gedefinieerd als een nieuwe diagnose van hartfalen, een geschiedenis van angina pectoris minder dan 30 dagen voor de operatie, een myocardinfarct tijdens de laatste 6 maanden of een voorgeschiedenis van angioplastiek of grote hartchirurgie. De studie werd uitgevoerd bij 46 322 patiënten (de gemiddelde leeftijd van de patiënten bij wie een TKP of THP werd geplaatst, was respectievelijk 67 jaar en 65 jaar; 11,7% van de patiënten bij wie een TKP werd geplaatst, en 13,1% van de patiënten bij wie een THP werd geplaatst, waren ouder dan 80 jaar). De frequentie van cardiale complicaties tijdens de eerste 30 dagen na de operatie was 0,33% (n = 153). De belangrijkste voorspellers van optreden van cardiale complicaties na plaatsing van een TKP of THP waren een leeftijd van 80 jaar of ouder (OR = 27,95 na plaatsing van een knieprothese en 3,72 na plaatsing van een heupprothese), een met antihypertensiva behandelde hypertensie (OR = respectievelijk 4,74 en 2,59) en een voorgeschiedenis van hartziekte (OR = respectievelijk 4,46 en 2,80). Als er cardiale complicaties optreden, treden die doorgaans op tijdens de eerste week na de operatie. Volgens de auteurs moet je rekening houden met die drie voorspellers van complicaties bij de preoperatieve evaluatie van patiënten bij wie plaatsing van een totale heup- of knieprothese geïndiceerd is.