Behandeling van spondylartritis met TNF-alfa-antagonisten: mag je de dosering verlagen?
TNF-alfa-antagonisten en verwante geneesmiddelen (etanercept, adalimumab, infliximab) hebben hun werkzaamheid bij de behandeling van spondylartritis bewezen. De vraag is nu of de behandeling kan worden stopgezet als de patiënt alle tekenen van remissie vertoont.
Een stopzetting van de behandeling wordt niet aanbevolen. Meerdere studies hebben aangetoond dat er stelselmatig een relaps optreedt enkele weken of maanden na onderbreking van de behandeling. Neemt niet weg dat er alternatieven zouden kunnen worden overwogen zoals een verlaging van de dosering of een therapeutisch venster om de bijwerkingen en de kosten van de behandeling te verminderen.
Een betere kosten-batenverhouding met een lagere dosering
Deze Tsjechische studie1 werd uitgevoerd bij patiënten met een axiale spondylartritis die gedurende meer dan 6 maanden werden behandeld met een TNF-alfa-antagonist na mislukken van NSAID's en die gedurende minstens 12 maanden werden gevolgd. De patiënten werden in twee groepen ingedeeld: standaarddosering of een lagere dosering. De keuze werd overgelaten aan de arts. 91% van de patiënten was HLA B27-positief. De ziekte was weinig actief: BASDAI (Bath Ankylosing Spondylitis Disease Activity Index) 1,4 en CRP 4,4 mg/l. Na 24 maanden moest 21% van de patiënten in de groep waarin de dosering was verlaagd, weer overschakelen op de standaarddosering. Er was geen verschil in BASDAI, CRP, HAQ en BASFI tussen de 2 groepen. Er was evenmin een significant verschil in HR van relaps (gedefinieerd als een BASDAI hoger dan 4 of een Δ BASDAI van minstens 1,5) tussen de twee groepen. De auteurs pleiten er dan ook voor om de dosering te verlagen. Met die strategie is het mogelijk om € 4214 per jaar en per patiënt te besparen gedurende 2 jaar zonder verergering van de ziekte.