SAPHO-syndroom: een bisfosfonaat maakt het verschil
Het SAPHO-syndroom is een zeldzaam syndroom dat wordt gekenmerkt door hevige pijn die niet zo goed reageert op gewone pijnstillers en NSAID's. De meeste patiënten reageren wel goed op pamidronaat, een bisfosfonaat.
Het SAPHO-syndroom (Synovitis, Acne, palmoplantaire Pustulose, Hyperostose, Osteïtis) omvat meerdere chronische afwijkingen van de huid, de beenderen en de gewrichten. Die verschijnselen kunnen op verschillende tijdstippen opkomen en hoeven niet per se tegelijkertijd voor te komen. De prevalentie zou van de grootteorde zijn van 1/10.000. Het syndroom komt voor op alle leeftijden.
Patiënten met het SAPHO-syndroom klagen doorgaans van hevige pijn en stijfheid in de beenderen en de gewrichten. Ze vertonen een reumatisch lijden (artritis) met aantasting van de voorwand van de thorax (hyperostose door aseptische osteïtis), maar waarbij ook de perifere gewrichten, de sacro-iliacale gewrichten, de intervertebrale gewrichten en de sternoclaviculaire gewrichtjes kunnen worden aangetast. Het bot is dicht, hypertrofisch en verbreed. Een en ander leidt tot een verbening van de sternocostoclaviculaire gewrichten. De behandeling bestaat in NSAID's, maar de resultaten zijn niet om over naar huis te schrijven. Daarom worden NSAID's doorgaans gecombineerd met sulfasalazine of metotrexaat.
Een bisfosfonaat is efficiënt
De studie1 werd uitgevoerd bij 41 patiënten die gemiddeld 45 jaar oud waren op het ogenblik dat de diagnose werd gesteld. De botafwijkingen betroffen vooral de voorwand van de borstkas (68% van de patiënten), de wervelkolom (39%) en de sacro-iliacale gewrichten (29%). Vier patiënten vertoonden een perifere osteïtis en twee een osteïtis van de onderkaak. Alle patiënten waren HLA-B27-negatief. Een partiële respons werd verkregen met colchicine (0/6), metotrexaat (2/4) of sulfasalazine (1/6). Antibiotica (azitromycine, n = 7, en doxycycline, n = 2) waren efficiënt bij twee op de negen patiënten. Uiteindelijk werden de beste resultaten behaald met pamidronaat, een bisfosfonaat: 18/22 patiënten.