Gonartrose: efficiëntie van de medicamenteuze behandeling
Voor de allereerste keer heeft een grote meta-analyse van 137 gepubliceerde klinische studies de 'effect size' van geneesmiddelen (paracetamol, celecoxib, diclofenac, ibuprofen, naproxen en intra-articulaire injecties van corticosteroïden en hyaluronzuur) vergeleken.
Ondanks de hoge prevalentie van gonartrose hebben maar zeer weinig studies de werkzaamheid van geneesmiddelen onderling vergeleken. Je kan tal van geneesmiddelen voorschrijven bij gonartrose en vaak wordt de keuze gemaakt op grond van voorschrijfgewoontes, historische gegevens of één of andere klinische studie. Het effect op de pijn en het functioneren blijkt echter zeer uiteenlopend te zijn. Om meer klaarheid in de zaak te krijgen, hebben de auteurs een meta-analyse uitgevoerd van 137 gecontroleerde klinische studies die werden gepubliceerd tussen 1980 en 2014 en die ze hadden teruggevonden in de gegevensbanken Medline, Embase, Cochrane en andere.
Drie criteria en 32.243 patiënten
De meta-analyse1 werd uitgevoerd uitgaande van 137 studies met in het totaal 33.243 patiënten die gedurende 3 jaar werden gevolgd qua pijn (n = 32.129), functioneren (n = 24.059) en gewrichtsstijfheid (n = 18.267). Alle geneesmiddelen verminderden de pijn significant in vergelijking met de placebo. De effect size (ES) varieerde van 0,63 (95% BI 0,39-0,88) met hyaluronzuur, het efficiëntste geneesmiddel, tot 0,18 met paracetamol, het minst efficiënte. Daartussenin ligt celecoxib met een vrij ontgoochelend resultaat in vergelijking met wat vroegere studies hadden aangetoond. Injecties blijken efficiënter te zijn dan een orale behandeling. Naproxen, ibuprofen en diclofenac hadden het beste effect op het functioneren. Hyaluronzuurinjecties hadden een beter effect dan intra-articulaire injecties van corticoïden. Eenzelfde classificatie wat de gewrichtsstijfheid betreft en hyaluronzuurinjecties waren efficiënter dan injecties van een placebo.
Een indicatieve waarde
De studie vertoont evenwel wat beperkingen zoals een te korte follow-up, publicatiebias en onvoldoende informatie over de oorzaak van de pijn (ontsteking, nociceptieve pijn, centrale pijn ...). De studie kan helpen bij de keuze van de behandeling samen met het veiligheidsprofiel en de kosten van de behandeling.