Gonartrose: MRI of gewone röntgenfoto's?
Zijn klassieke röntgenfoto's nog altijd het beste onderzoek om artrose te diagnosticeren als je weet dat je de dikte van het gewrichtskraakbeen en de integriteit van de meniscus beter kan beoordelen op een MRI?
Gonartrose wordt gekenmerkt door osteofyten van de fossa intercondylaris, wijzigingen van de textuur van het subchondrale bot, oedeem, fissuren, letsels van de achterhoorn van de meniscus ... Een gewoon röntgenonderzoek is het eenvoudigste en minst dure onderzoek om dat in beeld te brengen, maar geeft slechts een indirect idee van de dikte van het gewrichtskraakbeen en de integriteit van de meniscus.
De twee onderzoeken correleren
Deze transversale studie1 heeft MRI vergeleken met klassieke röntgenfoto's bij 18 patiënten met een primaire gonartrose. De demografische en klinische kenmerken van de patiënten waren bekend. De kellgren-lawrencescore werd bepaald op de röntgenfoto's. Artrose van het tibiofemorale gewricht werd gedefinieerd als een KL-score ≥ 2. Bij de 18 patiënten (gemiddelde leeftijd 61,5 jaar, gemiddelde BMI 29,2 kg/m²) bedroeg de functionele hinder (volgens de WOMAC-score) gemiddeld 40,5 ± 12,2. De meeste patiënten (93%) hadden een KL-score ≥ 2. De KL-score correleerde met de MRI-bevindingen: letsels van het gewrichtskraakbeen (r = 0,50), letsels van het subchondrale beenmerg (r = 0,68) en meniscusletsels (r = 0,18). Die verschillen bleven overeind na correctie voor de leeftijd, het geslacht en de BMI.
RX als eerste onderzoek
Volgens de auteurs correleren de gegevens van MRI met de standaardröntgenfoto's bij gonartrose. Dat bevestigt het nut van standaardfoto's als eerste onderzoek. Een MRI is geïndiceerd bij een beginnende artrose zonder radiografische tekenen om de oorsprong van de pijn te achterhalen, om een diagnose te stellen of om na te gaan waarom de pijn toeneemt bij een bekende, gediagnosticeerde artrose.