Artritis: heeft het inkomen invloed op de prognose?
Op korte termijn vertonen patiënten uit een laag sociaal-economisch midden een actievere ziekte, een sterkere handicap en meer pijn dan patiënten uit een hoog sociaal-economisch midden. Maar op langere termijn is er alleen nog een verschil in de HAQ-DI-score tussen de 2 groepen.
Bijna één op de 7 mensen lijdt aan artritis, van wie de helft in de leeftijdsgroep van 30-50 jaar. De effecten kunnen zeer invaliderend zijn met ontsteking en verdikking van het gewrichtsweefsel. De behandeling is symptomatisch en bestaat in geneesmiddelen (NSAID's, metotrexaat ...), oefenprogramma's en fysiotherapie. Zoals bij elke chronische aandoening is de behandeling belastend, van lange duur en soms kostelijk. Zou de sociaal-economische toestand van de patiënt invloed kunnen hebben op de prognose?
Een effect op korte termijn
In deze Canadese studie1 werden 2023 patiënten in twee groepen ingedeeld naargelang van hun sociaal-economische toestand. 37% van de patiënten had een laag inkomen (< 50 000 CAD of < € 35 697/jaar). Een groep met een laag scholingsniveau vertoonde bij inclusie een hogere DAS28 (p = 0,045), maar dat verschil was niet meer significant na 12 maanden. Die groep vertoonde ook een lagere score op de fysieke component van de SF12- v2 (Short-Form General Health Survey). Patiënten met een laag inkomen hadden meer pijn, een hogere HAQ-DI-score (Health Assessment Questionnaire-Disability Index) , een hogere PtGA-score (Patients Global Assessment Scale) en een hogere SDAI-score (Simplified Disease Activity Index) (p respectievelijk = 0,017, 0,004 en 0,022).
Bij vergelijking van patiënten met een laag en patiënten met een hoog inkomen was de OR 1,20 (HAQ-DI), 1,27 (PtGA) en 1,25 (SDAI). Na 1 jaar verdwenen die verschillen echter behalve het verschil in HAQ-DI-score. Dat wijst erop dat de patiënten zich op lange termijn toch laten verzorgen wegens de beperking van hun sociale en professionele activiteiten.