Meer artrose bij mensen uit armere klassen?
Mensen die het financieel moeilijk hebben, verzorgen zich minder goed en zijn meer gehandicapt. Is dat ook zo bij een degeneratieve aandoening zoals artrose?
We weten niet goed welke factoren een verergering van de handicap bij patiënten met gonartrose of coxartrose bepalen. Deze studie1 heeft het effect van de sociaal-economische toestand op de toename van de handicap onderzocht in het kader van het 'Johnston County Osteoarthritis Project'. Die studie werd uitgevoerd bij 800 patiënten (gemiddelde leeftijd 65 jaar, 66% vrouwen, gemiddelde BMI = 32 kg/m²) die werden geanalyseerd tussen 1999 en 2004 en tussen 2006 en 2010. Een stijging van de totale WOMAC-score (Western Ontario and Mc Master Universities Osteoarthritis Index) met minstens tien punten (die score omvat ook items voor evaluatie van de pijn , de stijfheid en het functioneren) correleerde met een klinische verergering van de artrose.
Laag inkomen en geen werk
796 patiënten met gonartrose of coxartrose die tijdens de eerste periode werden onderzocht, werden opnieuw onderzocht tijdens de tweede periode. Op dat ogenblik was de handicap verergerd bij 26,8% van de patiënten met gonartrose en bij 21,8% van de patiënten met coxartrose. Een lage scholing correleerde met een sterkere klinische toename van gonartrose en coxartrose (HR respectievelijk 2,86 en 1,59 voor de totale WOMAC-score). Ook werd een verslechtering van de pijnscore, de score van stijfheid en de score van functioneren gemeten. De sociaal-economische toestand had een effect op de WOMAC-score van stijfheid, maar alleen bij patiënten met gonartrose ( HR 2,18) en niet bij patiënten met coxartrose (HR = 0,81). Ook werkloosheid was een risicofactor voor klinische verergering van coxartrose. Volgens de auteurs is het duidelijk dat de artsen specifieke opvangprogramma's moeten ontwikkelen voor patiënten uit een lage sociaal-economische klasse.