Psoriatische artritis: een IL17A-antagonist remt de radiografische progressie
De FUTURE-studie is een fase 3-studie die werd uitgevoerd met secukinumab, een monoklonale antistof tegen interleukine 17. In die studie ging secukinumab de radiografische verslechtering bij patiënten met een psoriatische artritis tegen.
Ongeveer twee derde van de patiënten met een psoriatische artritis vertoont een progressieve en invaliderende gewrichtsdestructie. Deze studie1 heeft het effect van remming van interleukine 17A (IL-17A) met secukinumab, een monoklonale antistof, gedurende één jaar op de radiografische progressie onderzocht bij de patiënten met een actieve psoriatische artritis die waren opgenomen in de FUTURE-studie, een multicentrische, gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde fase 3-studie van twee jaar.
606 volwassenen met een matig ernstige tot ernstige psoriatische artritis werden gerandomiseerd naar een placebo of secukinumab 10 mg/kg i.v. gevolgd door 75 mg s.c. of 150 mg s.c.. Bij alle patiënten werd de respons na 16 weken geëvalueerd. Een respons werd gedefinieerd als een daling van het aantal pijnlijke en gezwollen > 20%. De patiënten van de placebogroep werden na 16 weken (non-responders) of 24 weken (responders) opnieuw gerandomiseerd naar secukinumab.
De patiënten die werden behandeld met secukinumab, vertoonden na 24 weken significant minder progressie (te oordelen naar de gewijzigde Sharp-Van der Heijdescore (mTSS) en de gewrichtsspleetvernauwing) dan de patiënten in de placebogroep, ongeacht of ze voordien al dan niet al een TNF-alfa-antagonist hadden gekregen en ongeacht of secukinumab werd gegeven in monotherapie of in combinatie met metotrexaat.
Een effect na overschakeling
De patiënten van de placebogroep die daarna werden behandeld met secukinumab, vertoonden duidelijk minder structurele veranderingen te oordelen naar het verloop van de mTSS-score tussen het begin van de studie en week 24 (gemiddelde stijging met 0,48). Bij analyse van de patiënten bij wie röntgenfoto's werden genomen na 16/24 en 52 weken, was het percentage patiënten dat geen radiografische progressie had vertoond tussen de randomisatie en week 24 en tussen week 24 en week 52 altijd hoger in de secukinumabgroepen: respectievelijk 92,3% en 85,8% bij de patiënten die werden behandeld met 10 mg i.v. → 75 mg s.c. en respectievelijk 82,3% en 85,7% bij de patiënten die werden behandeld met 10 mg i.v. → 150 mg s.c.. 75,7% van de patiënten die aanvankelijk waren ingedeeld in de placebogroep, vertoonde geen radiografische progressie tussen de randomisatie en week 24. Tussen week 24 en week 52 na het starten van secukinumab steeg dat percentage tot 86,8% (p < 0,05). Dat alles toont aan dat secukinumab de radiografische verergering bij patiënten met een psoriatische artritis goed afremt.