Idiopathische juveniele artritis: nut van sclerostine?
Sclerostine is een eiwit dat door de osteocyten wordt afgescheiden en de botaanmaak afremt. Voorspelt de plasmaconcentratie van sclerostine het welslagen van een behandeling met TNF-alfa-antagonisten bij idiopathische juveniele artritis?
Idiopathische juveniele artritis wordt gekenmerkt door botverlies, een minder goede kwaliteit van het bot en een verhoogd risico op fracturen. Deze studie heeft gezocht naar factoren die de evolutie van de botdichtheid voorspellen bij jongvolwassenen met een idiopathische juveniele artritis die worden behandeld met een TNF-alfa-antagonist. De studie1 werd uitgevoerd bij 31 patiënten van gemiddeld 25,1 jaar met een actieve ziekte (DAS28: 6,36 ± 0,64, hsCRP: 18,36 ± 16,95 mg/l). De controlegroep telde 84 volwassenen van dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht. Er werden meerdere parameters gevolgd: de botdichtheid, markers van botturnover, de serumconcentraties van de soluble receptor activator of nuclear factor kappa B ligand, osteoprotegerine, het dickkopf-1-eiwit en sclerostine.
Een jaar op voorhand voorspeld
Bij inclusie in de studie was de botdichtheid van de wervels, het proximale femur, de femurhals en het distale radius significant lager bij de patiënten dan in de controlegroep. De serumsclerostineconcentraties waren significant hoger bij de patiënten dan in de controlegroep. Na twee jaar behandeling met een TNF-alfa-antagonist was de botdichtheid van de lumbale wervels significant toegenomen, wat correleerde met een daling van de DAS28. Er werd ook een significante correlatie vastgesteld tussen de hsCRP-spiegel en de DKK1-spiegel. Bij de patiënten bij wie de DAS28-score na twee jaar was gedaald, vertoonden ook een lagere serumconcentratie van sclerostine dan in het begin van de studie. Maar die daling werd al na één jaar behandeling waargenomen, dus één jaar voor de daling van de DAS28-score. Volgens de auteurs is dat dus een interessante vroege voorspeller van respons. De sclerostinespiegel correleerde ook significant met het aantal pijnlijke gewrichten. Dat ondersteunt de hypothese dat chondrocyten en cellen van het subchondrale bot bijdragen tot de serumconcentratie van sclerostine bij idiopathische juveniele artritis.