Reumatoïde artritis en TNF-antagonisten: de respons hangt af van de reumafactor
Deze studie heeft de respons op behandeling met TNF-alfa-antagonisten onderzocht bij patiënten met een bewezen, seropositieve of seronegatieve reumatoïde artritis.
Bij een beginnende reumatoïde artritis is de reumafactor (RF) vaak negatief. Naarmate de ziekte voortschrijdt, wordt de reumafactor vaak positief (RF+ in 70-85% van de gevallen van bewezen RA). Er zou ook een correlatie bestaan tussen de RF-titer en de radiografische progressie van de RA. Een ernstige RA met extra-articulaire tekenen is bijna altijd sterk seropositief. Reageert een seronegatieve reumatoïde artritis beter op TNF-alfa-antagonisten?
Een betere respons indien RF+
De auteurs1 hebben de respons op TNF-alfa-antagonisten gemeten met de 'Health Assessment Questionnaire Disability Index' (HAQ-DI) en door evaluatie van de pijn op een visuele analoge schaal. 238 patiënten werden één jaar na het starten van de behandeling geëvalueerd, 178 patiënten waren RF+ en 60 RF-. De ziekteduur was langer bij de patiënten met een seropositieve RA dan bij de patiënten met een seronegatieve RA (respectievelijk 12 en 8 jaar). De HAD-DI-score en de pijnscore waren vergelijkbaar in de twee groepen. Gemiddeld werden de patiënten met een seropositieve RA wat langer behandeld dan de patiënten met een seronegatieve RA (respectievelijk 2,8 en 2,3 jaar). Bij de laatste consultatie kregen 68% van de patiënten met een seropositieve RA en 62% van de patiënten met een seronegatieve RA nog altijd een TNF-alfa-antagonist.
Na één jaar was de HAQ-DI significant meer gedaald bij de patiënten met een seropositieve RA (- 0,356) dan bij de patiënten met een seronegatieve RA (- 0,126, p = 0,04). Ook verbeterde de pijn gemiddeld meer bij de patiënten met een seropositieve RA (gemeten bij 77 patiënten met een seropositieve RA en 32 patiënten met een seronegatieve RA, p = 0,03). Minpunten van de studie zijn het lage aantal patiënten en het gebrek aan gegevens over de comorbiditeit, de DS28 en de aan- of afwezigheid van anti-CCP-antistoffen.
Desondanks kunnen we concluderen dat patiënten met een seropositieve RA na mislukken van een DMARD beter zullen reageren op biologische geneesmiddelen dan patiënten met een seronegatieve RA, te oordelen naar de HAQ-DI-score en de VAS.