Bisfosfonaten en aseptische necrose van de kaak: wat zijn de risicofactoren?
Aseptische necrose van de kaak is een zeldzame, maar bekende complicatie bij de behandeling van kanker of osteoporose met bisfosfonaten. De oorzaak is nog niet goed opgehelderd, maar wel kennen we al enkele risicofactoren.
Osteoporose en botcomplicaties van kanker worden klassiek behandeld met bisfosfonaten. De voordelen wegen ruimschoots op tegen het risico op aseptische necrose van de bovenkaak. Dat is een complicatie die zelden optreedt bij de behandeling van osteoporose, maar vaker bij kanker. De incidentie blijkt sterk te verschillen naargelang van het type studie (prospectieve of retrospectieve) en het type patiënten. De literatuur betreft grotendeels kankerpatiënten die werden behandeld met bisfosfonaten in hoge dosering i.v. In die populatie wordt de incidentie geraamd op 1-10%. Een mogelijke hypothese is dat het bot bij een langdurige behandeling adynamisch wordt met een verminderde doorbloeding, necrose van de botcellen en apoptose.
Verschillen naargelang van het bisfosfonaat en kanker
Deze studie1 werd uitgevoerd bij 963 patiënten uit een Duits register in de periode 2004-2012. De patiënten hadden kanker en hadden een aseptische necrose van de kaak ontwikkeld tijdens i.v. behandeling met bisfosfonaten. De belangrijkste indicaties voor behandeling waren borstkanker (36%), multipel myeloom (24%), prostaatkanker (16%) en nierkanker (4%). De aseptische necrose was sneller opgetreden bij mannen dan bij vrouwen. 81% van de patiënten die een aseptische necrose hebben ontwikkeld, werd behandeld met zoledronaat, 10% met pamidronaat en 9% met ibandronaat. De tijd tot optreden van de aseptische kaaknecrose was significant langer bij behandeling met pamidronaat dan met andere bisfosfonaten. Ook sequentiële toediening van twee verschillende bisfosfonaten verlengde de tijd tot optreden van aseptische necrose. Het type kanker is belangrijk: de incidentie is hoger (2-11%) bij patiënten met een multipel myeloom, waarschijnlijk wegens aantasting van de bovenkaak en een sterk verminderde botaanmaak, wat zelden het geval is bij botmetastasen van andere kankers. Er werd ook een verband waargenomen tussen aseptische kaaknecrose en oestrogeenreceptorpositieve borstkanker. Volgens de auteurs moeten die gegevens de artsen ertoe aanzetten om de patiënten op te sporen die een hoog risico op ontwikkeling van aseptische necrose van de kaak lopen, voor een behandeling wordt gestart.