Lage rugpijn na een discushernia: IL-6- en IL-8-concentratie weerspiegelt ernst
Vroegere studies hebben aangetoond dat een hernia of protrusie van de gelatineuze nucleus pulposus in of door de fibreuze ring lage rugpijn veroorzaakt. Dat kan gepaard gaan met compressie van zenuwwortels, maar ook met een lokale ontsteking in het wervelkanaal en het neuroforamen. Deze studie heeft het nut van bepaling van twee interleukines, namelijk IL-6 en IL-8, bij langdurige lage rugpijn als gevolg van een discushernia geëvalueerd.
Deze Noorse studie werd uitgevoerd bij patiënten met radiculaire lage rugpijn na een discushernia die in een algemeen ziekenhuis werden opgenomen tussen 2007 en 2009. Alle patiënten werden grondig klinisch onderzoek en hebben een vragenlijst ingevuld bij inclusie in de studie en na 6 weken en 12 maanden. Ook werden bloedmonsters afgenomen om de serumspiegels van IL-6 en IL-8 te meten met een ELISA-techniek. De pijnintensiteit werd gemeten met een visuele analoge schaal (VAS).
Concentraties in verhouding tot de ernst van de pijn
De serumconcentraties van IL-6 en IL-8 waren evenredig aan de intensiteit van de pijn gemeten met een VAS. Na correctie voor vertekenende factoren zoals de leeftijd, het rookgedrag bij inclusie, de behandeling en de psychische distress gemeten aan de totale HSCL-score HSCL (Hopkins Symptom Checklist) waren de serumconcentraties van IL-6 en IL-8 significant hoger bij patiënten met een pijnscore > 3 op de VAS na 12 maanden dan bij de patiënten met een pijnscore < 3 na 12 maanden (p < 0,01). De auteurs concluderen dat de serumconcentraties van twee pro-inflammatoire cytokines, namelijk IL-6 en IL-8, de intensiteit van radiculaire lage rugpijn weerspiegelen tijdens het eerste jaar na een discushernia. Een hoge IL-6-spiegel voorspelt ook een minder goed herstel na 1 jaar.