Systemische sclerose: twee voorspellers van ziekteprogressie
Met betrouwbare en gemakkelijk te bepalen voorspellende factoren zouden we systemische sclerose beter kunnen behandelen. Systemische sclerose is een aandoening die een hoog risico inhoudt op allerhande complicaties en die een slechte prognose heeft.
De prognose bij systemische sclerose is niet zo goed: de tienjaarsoverleving bedraagt 60-80%. De belangrijkste reden daarvan is het hoge risico op allerhande complicaties (nieren, spijsverteringsstelsel, longen en soms hart). Het klinische beeld kan zeer uiteenlopend zijn: raynaudfenomeen, teleangiëctasieën, gewrichtsletsels en wrijving van pezen. Als we zouden kunnen beschikken over factoren die de evolutie voorspellen, zouden we de patiënten beter kunnen behandelen.
Complicaties voorkomen
Deze studie1 heeft onderzocht of een synovitis van de gewrichten en wrijving van de pezen ziekteprogressie kunnen voorspellen. De studie werd uitgevoerd bij 1.301 patiënten met systemische sclerose die werden geselecteerd in de EUSTAR-gegevensbank. De duur van de ziekte was korter dan drie jaar op het ogenblik van inclusie in de studie. De patiënten werden gedurende minstens twee jaar gevolgd. De prognose werd geraamd op grond van de toename van de cutane, cardiovasculaire, renale of pulmonale aantasting. De uitgangshypothese werd bewaarheid: synovitis van de gewrichten blijkt een onafhankelijke voorspeller van ziekteprogressie te zijn (HR 1,26, 95% BI 1,01-1,59) evenals wrijving van de pezen (HR 1,32, 95% BI 1,03 - 1,70). Positieve antistoffen tegen topo-isomerase 1 correleerden ook significant met ziekteprogressie (HR = 1,25, 95% BI 1,02 - 1,53). Een synovitis voorspelt een daling van de linkerventrikelejectiefractie (HR = 2,20, 95% BI 1,06 - 4,57).
Volgens de auteurs staat het vast dat die twee elementen een uitstekende voorspellende waarde hebben wat de ziekteprogressie betreft, bij patiënten met een systemische sclerose in een vroeg stadium. Bovendien kunnen ze gemakkelijk worden geëvalueerd en op grond van die factoren kunnen we dus beter het risico dat de patiënten lopen, inschatten.