Weerspiegelt de pro-inflammatoire marker 14-3-3η de ernst van reumatoïde artritis?
Antistoffen tegen gecitrullineerde peptiden (anti-CCP) en reumafactor (RF) zijn specifiek (90%), maar hun sensitiviteit verschilt volgens het ziektestadium (30-80%). Soms zou een derde marker welkom zijn en waarom dan niet denken aan een pro-inflammatoire mediator?
Bij de diagnose van reumatoïde artritis (RA) bepalen we antistoffen tegen gecitrullineerde peptiden (anti-CCP) en reumafactor (RF). Antistoffen tegen CCP hebben een specificiteit van ongeveer 90% en een sensitiviteit die naarmate de ziekte vordert toeneemt tot ongeveer 70% na meer dan één jaar evolutie. De RF heeft ook een specificiteit van ongeveer 90% en een sensitiviteit van 30-80% naargelang van de evolutie. Misschien kunnen we daar nog een andere marker aan toevoegen: 14-3-3η is een pro-inflammatoire marker die een rol speelt bij de pathogenese van de gewrichtsletsels. In een eerste kleine studie hebben de auteurs een correlatie gevonden tussen de serumspiegels van 14-3-3η en de uitgebreidheid van de letsels bij RA. Een andere studie heeft die marker onderzocht bij psoriatische artritis.
Hogere sensitiviteit
Deze nieuwe studie1 heeft de specificiteit en de sensitiviteit van 14-3-3η gemeten bij 135 patiënten met een beginnende RA en 385 controlepersonen. Volgens de eerste gegevens is er een duidelijk verschil in 14-3-3η tussen de RA-patiënten en de controlepersonen (p < 0,0001). Bij een afbreekwaarde van 0,19 ng/ml of hoger bedraagt de sensitiviteit 77%, de specificiteit 93% en de verhouding van waarschijnlijkheid van RA 10,4. 64% van de patiënten met een beginnende RA was 14-3-3η -positief (afbreekwaarde van 0,19 ng/ml) (specificiteit 93%), terwijl 59% van de patiënten antistoffen tegen CCP vertoonde en 57% reumafactorpositief was. Bij bepaling van de 3 markers (antistoffen tegen gecitrullineerde peptiden, reumafactor en 14-3-3η) was 78% van de patiënten met een beginnende RA positief voor minstens één van de drie markers. Patiënten met hogere spiegels hadden duidelijk een ernstiger ziekte. 14-3-3η correleerde echter niet met het CRP-gehalte, de BS of de DAS28. Het enige voordeel is dat die marker de gevoeligheid bij een beginnende RA verbetert.