Lage rugpijn: prevalentie en factoren die lage rugpijn in de hand werken
De prevalentie van lage rugpijn is hoger bij vrouwen dan bij mannen. Zwakke knieën, roken en langdurig staan of zitten werken lage rugpijn in de hand. De studie belicht ook de sociale en economische gevolgen van die aandoeningen in de algemene bevolking.
Lage rugpijn is één van de belangrijkste redenen tot consultatie in de huisartsgeneeskunde: 89% van de patiënten die op spreekuur komen, klaagt van lage rugpijn. 13% klaagt ook van van buikpijn, 7 van pijn aan de buitenkant van de heup en 2 van pubispijn. De prevalentie stijgt gestaag in alle leeftijdsgroepen, zowel bij adolescenten als bij 50-plussers. In 5-8% van de gevallen wordt de lage rugpijn chronisch. Factoren die een chronische evolutie voorspellen, zijn het vrouwelijke geslacht, een lage sociale klasse, een toestand van depressie en rugchirurgie.
Vrouwen lopen meer risico
Deze epidemiologische studie1 heeft de prevalentie en de factoren onderzocht die bijdragen tot de ontwikkeling van lage rugpijn. De studie heeft de sociaal-demografische kenmerken, de leefgewoontes en de eventuele medicamenteuze behandeling vergeleken bij 2600 patiënten en 1829 gezonde personen. Alle gegevens werden verzameld met een vragenlijst. De prevalentie van lage rugpijn bij de patiënten bedroeg 56,5% en was hoger bij vrouwen dan bij mannen (53,9% versus 46,1). Het ras (p < 0,001), de burgerlijke stand (p = 0,010), de beroepstoestand (p < 0,001), het maandelijkse inkomen (p = 0,004) en roken (p < 0,001) hadden een sterke voorspellende waarde wat de ontwikkeling van lage rugpijn betreft. Vrouwen waren statistisch significant vaker functioneel gehandicapt dan mannen: ongeveer een kwart van de vrouwen (26%) en 18% van de mannen klaagden van pijn in de armen en de knieën (p = 0,002). Vrouwen klaagden ook vaker van buikpijn en voedselintolerantie dan mannen (31% versus 24,6%, p = 0,018) en hadden ook vaker migraine. Bij multivariate analyse waren het vrouwelijke geslacht, roken, lang staan of zitten en zwakke knieën voorspellers van het optreden van lage rugpijn.