Reumatische aandoeningen en fysiotherapie: een onafscheidelijk duo
Fysiotherapie verdient ook een plaats op een congres voor reumatologie dat vooral gewijd is aan de cultus van het geneesmiddel. Volgens prof. Uwe Lange (Duitsland) is een behandeling zonder fysiotherapie geen behandeling en niets kan de technieken van gewrichtsmobilisatie vervangen. Een overzicht van de resultaten die werden behaald bij het syndroom van Raynaud, spondylartritis ankylosans en postmenopauzale osteoporose.
Fysiotherapie is zeker belangrijk bij reumatische aandoeningen. Volgens prof. Lange zou fysiotherapie zelfs voorrang moeten hebben op medicatie op voorwaarde dat de indicaties en contra-indicaties worden gerespecteerd en dat de patiënten aandachtig worden gevolgd.
Bij het syndroom van Raynaud
Een eerste rapport ging over systemische sclerose. 90% van de patiënten met systemische sclerose vertoont een secundair syndroom van Raynaud met paroxismale ischemie van de extremiteiten, (meestal pijnlijke) paresthesieën en verlies van gevoel. Buiten bescherming tegen koude zijn de therapeutische opties beperkt: calciumantagonisten en α-blokkers (maar die kunnen hypotensie veroorzaken). Carbotherapie (onderdompeling gedurende 15 minuten in een CO2-bad van 32-35 °C) kan de lokale bloedstroom verhogen door dilatatie van de precapillaire segmenten en de haarvaten. In deze studie2 bij 21 patiënten met een systemische sclerose en 10 controlepersonen verminderden de duur, de frequentie en de intensiteit van de aanvallen significant zonder bijwerkingen. Bij capillaroscopie en duplexdopplerechografie werd een verbetering van de bloedstroom met meer dan 50% vastgesteld. Carbotherapie is een gemakkelijke en goedkope optie.
Bij spondylartritis ankylosans
Er is weinig bekend over het nut van fysiotherapie bij spondylartritis ankylosans. De patiënten in deze studie3 werden in twee groepen ingedeeld naargelang ze al dan niet een programma van manuele mobilisatie volgden. De inspiratoire vitale capaciteit verbeterde significant met manuele therapie en dat effect hield tot drie maanden aan. Ook verminderde de pijn en verbeterden de BASDAI-score (p = 0,004), de BASFI-score en de BASRI-score significant.
Zeven van de 12 patiënten die werden behandeld met manuele therapie, konden het gebruik van NSAID's verminderen, tegen geen enkele patiënt in de controlegroep. De auteur vestigt evenwel de aandacht op het feit dat de effecten mettertijd kunnen verminderen en dat de mobilisatie regelmatig moet worden herhaald om de prognose op lange termijn te verbeteren.
Bij postmenopauzale osteoporose
Mechanische trillingen bevorderen de ontwikkeling van de botmatrix door herhaalde tractie en compressie op de botstructuur. Preliminaire studies hebben aangetoond dat die trillingen de botdichtheid met 4,3% verhogen in zes maanden tijd, maar de technische aspecten, de frequentie, de amplitudo en de duur van de behandeling moeten nog worden gepreciseerd. Deze studie4 werd uitgevoerd bij 58 vrouwen met osteoporose die werden behandeld met alendronaat en raloxifen. Een vibratieprogramma van zes weken verlaagde de lage rugpijn (p < 0,0049) en het risico op vallen (p < 0,0023) significant. Er werd echter geen effect op de biomarkers van botremodeling (telopeptide en CTx) gemeten. Het betreft een symptomatische behandeling die een aanvulling vormt op de medicamenteuze behandeling.