Psoriatische artritis: risico op atherosclerose
Bij psoriatische artritis is het essentieel om de ontsteking, die ten grondslag ligt aan de pijn en de gewrichtsletsels, te verminderen. Maar die behandeling zou nog een breder effect kunnen hebben, te oordelen naar een studie die aantoont dat een persisterende, onvoldoende gecontroleerde ontsteking het risico op atherosclerose verhoogt.
Psoriatische artritis (PsA) is een auto-immune artritis die voorkomt bij 10-30% van de patiënten met psoriasis. Het klinische beeld gelijkt op dat van reumatoïde artritis en wordt vooral gekenmerkt door een enthesopathie en ontsteking van meerdere gewrichten. Die ontsteking moet worden afgeremd om permanente letsels te voorkomen. De behandeling bestaat in traagwerkende antireumatica, NSAID's, corticosteroïden en biologische geneesmiddelen. Die zijn efficiënt, maar worden vaak pas in een latere fase voorgeschreven, als de ontsteking al ver gevorderd is. Deze nieuwe studie heeft onderzocht of een ernstige, persisterende ontsteking leidt tot een ernstiger atherosclerose bij patiënten met een PsA.
Ontsteking verhoogt het risico
De studie1 werd uitgevoerd bij 235 patiënten bij wie een rist voorspellende factoren werd gevolgd, zoals de PASI (Psoriasis Activity and Severity Index), de bezinkingssnelheid (BS), het aantal leukocyten (WBC), het aantal pijnlijke en gezwollen gewrichten, het CRP-gehalte, de PASDAS (Psoriatic Arthritis Disease Activity Score) en de DAPSA (Disease Activity for Psoriatic Arthritis). Letsels van atherosclerose werden opgespoord met een duplexdopplerechografie van de carotis en meting van de oppervlakte van de atheroomplaten. Patiënten met zwaardere letsels van atherosclerose waren ouder (p < 0,001), waren vaker zwaarlijvig (p = 0,01), rookten meer (p = 0,008) en hadden vaker hypertensie (p = 0,001), diabetes (p < 0,0001) en dyslipidemie (p < 0,0001). Bij multivariate regressie gecorrigeerd voor de leeftijd en het geslacht correleerden een hoge BS, een verhoogd aantal leukocyten en een hoge DAPSA-score met een ernstigere atherosclerose. De verschillen waren echter niet meer significant na correctie voor de klassieke cardiovasculaire risicofactoren. Het intima-mediacomplex was significant dikker bij de patiënten met een PsA, ongeacht de ziekteactiviteit en de conventionele risicofactoren.