Reconstructie van de voorste kruisband: een felle discussie
Reconstructie van de voorste kruisband is al jaren een punt van discussie. Er zijn inderdaad verschillende scholen: auto- en allotransplantatie, patellapees of hamstringpees, chirurgische techniek met één of een dubbele bundel. De resultaten van de klinische studies zijn niet conclusief.
Sinds de eerste beschrijving (Robert Adams, 1837) van een ruptuur van de voorste kruisband is er al veel gezegd en geschreven over de beste chirurgische techniek en het beste transplantaat voor reconstructie. Meestal wordt een autotransplantatie uitgevoerd van de pees van de hamstrings, de patellapees (middelste derde) of de quadricepspees. Elke techniek heeft zijn voor- en nadelen. De patellapees (interventie van Kenneth Jones) is gemakkelijk te preleveren, maar kan pijn op de plaats van afname en een flexiedeficit veroorzaken. De pezen van de hamstrings zijn moeilijker om te preleveren, wat kan leiden tot een verlies van kracht in flexie.
Welke pees te kiezen?
Een eerste meta-analyse van 19 studies (1.597 patiënten) heeft reconstructie met een patellapeesent vergeleken met een ent van de hamstringpees. Er blijkt geen verschil in functionele resultaten en het aantal nieuwe rupturen te zijn tussen beide technieken. De knie was wat stabieler bij gebruik van een patellapees, maar die ingreep veroorzaakte meer pijn. Omgekeerd hadden meer patiënten last bij flexie bij gebruik van een hamstringpees. Een nieuwe meta-analyse1 van 12 studies (1.443 patiënten) komt tot eenzelfde conclusie op grond van de IKDC-score (p = 0,83), hervatting van de vroegere activiteiten (p = 0,69) en andere functionele criteria (extensiedeficit, flexiedeficit ...). Ook in die meta-analyse veroorzaakte het gebruik van de patellapees meer pijn en was er een hogere incidentie van artrose na vijf jaar.
Alles kan beter
De auteurs vestigen de aandacht op mogelijke methodologische bias en zeggen dat de resultaten met de nodige voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd. De oorspronkelijke anatomie wordt immers nooit hersteld. De patiënten hervatten wel hun vroegere sportactiviteiten, maar 90% vertoont degeneratieve afwijkingen. Nauwelijks 60% kan even goed bewegen als voor reconstructie van de voorste kruisband.