Aseptische necrose van de femurkop: de invloed van corticoïden
Corticoïden kunnen aseptische femurkopnecrose veroorzaken. Kan je dat risico verkleinen door een lagere dosering of een kortere behandeling voor te schrijven?
Aseptische femurkopnecrose komt hoofdzakelijk voor bij mannen (80%). Het kan gaan om een primaire necrose, maar de aandoening kan ook worden veroorzaakt door langdurige inname van corticoïden. Dat necrotische bot kan trabeculaire fracturen veroorzaken die slecht genezen, cumulatief toenemen en kunnen uitmonden in een subchondrale fractuur. MRI-beelden tonen dat vooral het anterocraniale gedeelte van de femurkop wordt aangetast met een hyposignaal op de T1- en T2-gewogen beelden. Het mechanisme van necrose van de epifyse door corticoïden is waarschijnlijk multifactorieel: afwijkingen van de wand van de haarvaten in het bot en accumulatie van vet in de reticulaire cellen en adipocyten in het beenmerg. In de literatuur is weinig informatie te vinden over het effect van de dosering en de duur van de behandeling.
Een dosisgebonden risico
Deze nieuwe meta-analyse van 57 studies met in het totaal 23.561 patiënten heeft onderzocht of het risico op aseptische necrose kan worden verlaagd door de totale dosering, de duur van behandeling of de sequentie van toediening van corticoïden te wijzigen. In die meta-analyse werden de totale incidentie en de incidentie bij specifieke aandoeningen zoals systemische lupus erythematosus (SLE), SARS, niertransplantatie en beenmergtransplantatie geëvalueerd. De totale incidentie van aseptische necrose was 6,7%. De incidentie was hoger bij SLE (15,7%), SARS (21,8%) en niertransplantatie (14,7%). Die incidentie correleerde met de gemiddelde dosering van de corticoïden die werd toegediend. Bij elke stijging van de dosering met 10 mg/d steeg het risico met 3,6%. Met een dosering van meer dan 20 mg/d bedroeg het relatieve risico 9,1. Die meta-analyse toont dus aan dat de incidentie afhangt van de toegediende dagdosering, maar niet van de duur van de behandeling.