Totale knieprothese: invloed van obesitas op de prognose
De functionele scores verbeteren weinig na plaatsing van een knieprothese bij zwaarlijvige patiënten, maar die patiënten vertonen toch een verhoudingsgewijs sterke verbetering dan patiënten met een BMI < 40 kg/m². Die patiënten moeten dus net zoals andere in aanmerking kunnen komen voor plaatsing van een totale knieprothese.
In de Verenigde Staten stijgt het aantal zwaarlijvige patiënten dat in aanmerking komt voor plaatsing van een totale knieprothese duidelijk. Dat komt doordat de resultaten van conservatieve chirurgie niet denderend zijn (osteotomie: 50% succes na 5 jaar) omdat het tibiale plateau de mechanische belasting als gevolg van het overgewicht moeilijk kan dragen. Daarom wordt almaar vaker overgegaan tot plaatsing van een prothese, hoewel dat bijvoorbeeld bij gynoïde obesitas met vetophopingen rond de knieën niet altijd eenvoudig is. Er zijn twee problemen: er moet worden gezorgd voor een goede asaflijning van de prothese en een goed evenwicht van de ligamenten. De gegevens over de functionele prognose na plaatsing van een totale knieprothese bij zwaarlijvige patiënten zijn tegenstrijdig (technische problemen, te kleine reeksen). Er treden vaak complicaties op en de overleving van de prothese is niet goed. Sommige experts vinden dan ook dat de voordelen niet opwegen tegen de risico's en raden aan om de operatie uit te stellen tot de patiënt voldoende vermagerd is.
Prothese voor iedereen
In deze studie werden 8.148 patiënten die tussen 2001 en 2010 werden geopereerd, gedurende twee jaar gevolgd met bepaling van de functionele scores KSFS (Knee Society Function Score), KSKS (Knee Society Knee Score) en OKS (Oxford Knee Score) teneinde de resultaten volgens de BMI te kunnen evalueren. Daarvoor werden de patiënten in drie groepen ingedeeld: BMI < 25, 25-39,9 en ? 40 kg/m². Hoe hoger de BMI, des te slechter waren de functionele scores na de operatie. De patiënten met een BMI > 40 kg/m² hadden de laagste scores, maar verbeterden verhoudingsgewijs meer dan de andere patiënten. Volgens de auteurs zou het dan ook verkeerd zijn om de ingreep als zinloos te beschouwen louter en alleen op grond van een slechte functionele score na de operatie. De totale verbetering die voortvloeit uit de operatie, moet de maatstaf van succes zijn. Moraal van het verhaal, we mogen zwaarlijvige patiënten niet zomaar een prothese ontzeggen.