Sterfte na artroplastiek: het kan beter...
De sterfte na 90 dagen is gehalveerd met name dankzij een posterieure chirurgische toegang en een medicamenteuze of mechanische (steunverband) tromboprofylaxe, maar dat volstaat niet. Er moeten nog andere sporen worden onderzocht.
Deze studie werd in 2013 uitgevoerd bij 409.096 patiënten bij wie een heupprothese was geplaatst tussen 2003 en 2011. Dankzij aanwinsten inzake de chirurgische techniek en een veralgemeende tromboprofylaxe is de postoperatieve sterfte gedaald van 0,6% tot 0,3%. Factoren die daartoe hebben bijgedragen, zijn volgens de auteurs: rachianesthesie (HR = 0,85, p = 0,019), een posterieure toegangsweg (HR = 0,82, p = 0,001), toediening van heparine (HR = 0,79, p = 0,005) en steunkousen (HR = 0,85, p = 0,036). Prognostisch ongunstige factoren waren cardiale antecedenten, een leverziekte of een nierziekte. We zijn er dus in geslaagd om de sterfte te verlagen, maar volgens de auteurs moet dat nog beter kunnen en daarvoor moeten nog andere sporen worden geëxploreerd. Eén van die sporen werd onderzocht bij plaatsing van een heup- of knieprothese.
Kleine gestes, grote effecten
De studie werd uitgevoerd bij 4.500 patiënten bij wie een totale heup- of knieprothese werd geplaatst. De patiënten werden in twee groepen ingedeeld. Eén groep volgde een klassiek programma en de andere groep een intensiever programma dat tot doel had de stress van de operatie en de systemische effecten bij de patiënt te verminderen. De patiënt werd pas op de dag van operatie opgenomen, er werd geen blaaskatheter geplaatst (omdat dat de activiteiten zou beperken), op het einde van de operatie werd een lokale anesthesie toegepast en de patiënten kregen de raad om snel in beweging te komen. De patiënten werden twee jaar na de operatie geëvalueerd. De postoperatieve sterfte bedroeg 3,8% in de groep die het klassieke programma had gevolgd, en 2,7% in de groep die een intensieve behandeling had gekregen. De overleving na 3,7 jaar was significant beter in die laatste groep. Volgens de auteurs is dat te danken aan minder chirurgische stress, minder postoperatieve complicaties, minder transfusies en een korter ziekenhuisverblijf.
Hunt P, et al. 90-day mortality after 409 096 total hip replacements for osteoarthritis, from the National Joint Registry for England and Wales: a retrospective analysis. The Lancet 2013;vol 382:1097-1104
Savaridas T, et al. Reduced medium-term mortality following primary total hip and knee arthroplasty with an enhanced recovery program. A study of 4,500 consecutive procedures. Acta Orthop. 2013 Feb;84(1):40-3