Chronische pijn: richtlijnen voor het voorschrijven van opiaten
Behandelen met opiaten is niet zo eenvoudig en bovendien kan verslaving optreden. Een overzicht van de huidige richtlijnen.
Vaak worden opiaten gebruikt bij de behandeling van chronische pijn, maar dat dient te gebeuren volgens specifieke richtlijnen die gebaseerd zijn op evidence based medicine en die ook rekening houden met het risico op verslaving. Dat risico is niet te verwaarlozen. Zo stellen we in de Verenigde Staten een significante stijging van de sterfte aan overdosering vast. Ook worden opiaten gebruikt bij aandoeningen waarbij ze eigenlijk niet geïndiceerd zijn, zoals fibromyalgie en chronische lage rugpijn. De huidige richtlijnen raden aan om de dosering te beperken tot 90-200 mg morfine-equivalent per dag. De dosering moet geleidelijk worden verhoogd en bij overschakeling op een ander opiaat moet de dosering met 25-50% worden verlaagd.
13 richtlijnen verzameld
Dit overzichtsartikel1 heeft 13 gepubliceerde, relevante richtlijnen (te oordelen naar de AGREE 2- en de AMSTAR-score) verzameld. Alle richtlijnen stellen dat de patiënt schriftelijk zijn akkoord moet geven, dat de dosering zo laag mogelijk moet worden gehouden en dat een bepaling van opiaten in de urine wenselijk is om het risico te evalueren. Een volledige anamnese met inbegrip van het vroegere medicatiegebruik en de familiale antecedenten is zeer belangrijk. Er moet een zo precies mogelijke diagnose worden gesteld met evaluatie van de nood aan opiaten met specifiek daarvoor bestemde schalen. Het verdient aanbeveling de patiënten te stratificeren naargelang van het risico op slecht gebruik (laag, matig, hoog) en ook moet rekening worden gehouden met de doelstellingen van de behandeling en de contra-indicaties voor opiaten (alcoholisme, ziekte van het ademhalingsapparaat, drugsverslaving, gebruik van benzodiazepines, antidepressiva ...).