Interactie tussen pijnindicatoren bij chronische-pijnpatiënten
Onderzoekers van de Universiteiten van Brussel, Antwerpen en Gent onderzochten in een dubbelblinde gerandomiseerde placebo gecontroleerde klinische studie de interactie tussen verschillende pijngerelateerde fenomenen bij patiënten met reumatoïde artritis en chronisch vermoeidheidssyndroom.
Verschillende parameters zoals geconditioneerde pijnmodulatie, tijdelijke pijnverhoging en trainingsgeïnduceerde analgesie worden vaak onderzocht in populaties die lijden aan chronische pijn. Ze dienen dan als indicator voor een verbeterd pijnbeheer en een verzwakte endogene pijninhibitie. Interacties tussen deze factoren zijn echter niet duidelijk, niet bij chronische-pijnpatiënten, noch bij gezonde vrijwilligers.
In totaal namen 53 vrouwelijke vrijwilligers deel aan deze studie, waaronder 19 patiënten met het chronisch vermoeidheidssyndroom en comorbide fibromyalgie, 16 patiënten met reumatoïde artritis en 18 gezonde vrijwilligers.
De vrijwilligers voerden 2 submaximale trainingen uit op een fietsergometer met een interval van 7 dagen, de ene keer met paracetamol, de andere keer met placebo. De vrijwilligers gaven een score op hun pijnintensiteit voor en na de training.
Bij patiënten met reumatoïde artritis werd een verminderde tijdelijke pijnverhoging vastgesteld na de training, zowel met paracetamol als met placebo (p < 0,05). De resultaten bekomen bij patiënten met chronisch vermoeidheidssyndroom en comboride fibromyalgie waren niet zo eenduidig. Een verminderde tijdelijke pijnverhoging werd vastgesteld na inname van paracetamol, maar deze was niet significant.
De geconditioneerde pijnmodulatie bleek te verslechteren na de training, maar de resultaten hiervoor waren niet echt overtuigend.
Er werden tijdens de studie geen nevenwerkingen vastgesteld.
Bijkomend onderzoek is dus vereist om de exacte interactie tussen de verschillende factoren na te gaan.