Bewezen efficiëntie van een traag werkend middel tegen artrose
Eén van de 5 auteurs van dit overzichtsartikel over de efficiëntie van een traag werkend middel tegen artrose, chondroïtinesulfaat, is een Belg. Wat zijn de bewijzen? Het antwoord op die vraag wordt gegeven door een analyse van 87 artikels die tussen 1996 en 2012 werden gepubliceerd.
Een geneesmiddel tegen artrose moet inwerken op het gewrichtskraakbeen, het gewrichtsvlies en het subchondrale bot. Het subchondrale bot vertoont een sterkere remodeling, microfracturen en nieuw gevormde bloedvaatjes die gericht zijn naar de diepe lagen van het gewrichtskraakbeen. Sinds enkele jaren beschikken we over traagwerkende, symptomatische geneesmiddelen tegen artrose. Die groep omvat chondroïtinesulfaat (CS), glucosamine (natuurlijk bestanddeel van gewrichtskraakbeen) en hyaluronzuur (dat zorgt voor de viscositeit en de elasticiteit van het gewrichtsvocht). Is de werkzaamheid van die geneesmiddelen afdoende bewezen?
87 publicaties
De auteurs hebben 87 referenties doorgenomen die ze tussen 1996 en 2012 in PubMed hebben teruggevonden. Ze hebben daarbij het effect van chondroïtinesulfaat op de verschillende cellijnen (chondrocyten, synoviocyten ...), de ontstekingsverschijnselen, het katabolisme en de gewrichtsstructuren geëvalueerd. CS verhoogt ook de synthese van type 2-collageen en proteoglycanen in de chondrocyten, vermindert de pijn en verbetert de functionele capaciteiten. Vooral bij gonartrose gaat CS de gewrichtsspleetvernauwing tegen. De auteurs onderstrepen dat chondroïtinesulfaat in farmaceutische vorm en niet in de vorm van voedingssupplementen wordt aanbevolen door de EULAR en de OARSI.