Bisfosfonaten: tandartsen moeten niet panikeren - BBC Symposium
Een bekende nevenwerking van bisfosfonaten is osteonecrose van de kaak. Tandartsen zijn dan ook vaak bang om patiënten die bisfosfonaten gebruiken in hun praktijk te behandelen. Er is echter geen reden tot ongerustheid.
Tijdens het Clinical Update Symposium van de Belgian Bone Club gaf Prof Stefan Goemaere (UZ Gent) een overzicht van het voorkomen van osteonecrose van het kaakbeen bij de behandeling met bisfosfonaten.
Osteonecrose van het kaakbeen komt zelden voor (< 1 op 10.000) bij behandeling van osteoporose met bisfosfonaten, maar toch zijn heel wat tandartsen en patiënten soms ongerust. In oncologie, waar hogere doses van bisfosfonaten worden gebruikt, komt het fenomeen echter frequenter voor (1 tot 15%). De dosis en de behandelingsduur zijn dus een bepalende factor. Over de pathogenese van osteonecrose van de kaak zijn al veel theorieën ontwikkeld, maar er is onvoldoende bewijs beschikbaar om hierover uitsluitsel te geven. Momenteel zijn er geen biomerkers ter beschikking. Meer basisonderzoek en meer geschikte diermodellen om het exacte mechanisme te bestuderen zijn echt nodig.
In de praktijk moeten patiënten met een laag risicoprofiel de inname van bisfononaten niet onderbreken wanneer ze standaard dentale procedures moeten ondergaan. In geval van zwaardere dentale (chirurgische) ingrepen is een onderbreking eerder wel aan te raden.
Patiënten met een verhoogd risicoprofiel zouden een dentale evaluatie moeten ondergaan voor de start van de behandeling gekoppeld aan een strikte opvolging. Bij patiënten waarbij reeds een osteonecrose van de kaak is vastgesteld moet men zeer voorzichtig en conservatief te werk gaan.
Daarnaast pleit Prof Goemaere er voor om zowel de patiënten als de tandartsen op de hoogte tebrengen van de beperkte kans op osteonecrose bij het gebruik van lage doses bisfosfonaten voor de behandeling van osteoporose.