Kans op heupfracturen is het grootst in .... de lente!
Niet de winter, maar wel de lente is het seizoen waarin het risico op heupfracturen voor postmenopauzale vrouwen het grootst is. Dat is één van de vaststellingen van een analyse van de gegevens bekomen in de Global Longitudinal Study of Osteoporosis in Women (GLOW), die werd gevoerd in Noord-Amerika (VS en Canada), Australië en 7 Europese landen waaronder België.
De doelstelling van deze studie was om na te gaan wanneer, waar en hoe breuken optreden bij postmenopauzale vrouwen (> 55 jaar). In totaal namen 60.393 vrouwen deel aan deze studie waarbij 4112 breuken werden gerapporteerd: 8% ruggewervelfracturen, 6% heupfracturen en 86% niet-heup, niet-wervel fracturen (NHNW). In tegenstelling tot de wervelfracturen en de NHNW-fracturen, waar er weinig of geen seizoensverschil werd waargenomen, kwamen de heupfracturen het meeste voor in de lente (32%, tov 22% in de winter).
Ook de locatie waar men zich bevindt speelt een rol: heupfracturen komen even vaak voor binnen- als buitenhuis. NHNW-fracturen komen vaak voor binnen (65%) in tegenstelling tot wervelfracturen die vaker voorvallen buiten (61%).
De grootste risicofactor voor breuken is vallen. Zo zijn 68 tot 86% van de NHNW-fracturen en 68 tot 83% van de heupfracturen een gevolg van een valpartij en neemt de kans toe met een stijgende leeftijd. Voor wervelfracturen werd een ander beeld opgetekend. In minder dan de helft van de gevallen (45%) was er sprake van een voorafgaandelijke valpartij. Ook hier neemt het risico toe met de leeftijd, behalve in de groep van vrouwen boven de 85 jaar, waar slechts 24% van de wervelfracturen optraden na een val.
In deze studie werden geen gegevens verzameld over het vitamine D-gehalte.