Nieuwe therapeutische doelwitten voor artrose
De groep rond Prof Yves Henrotin, directeur van de Bone and Cartilage Research Unit van de Luikse Universiteit (Ulg) ontdekte verschillen in de genexpressie tussen twee zones van de synoviale membraan bij dezelfde patiënten. Deze bevindingen verschaffen nieuwe inzichten in de genen en proteïnen die betrokken zijn in het ontstaan van artrose en openen perspectieven naar nieuwe behandelingen.
In deze studie werden het patroon van de genexpressie in de cellen van ontstoken zones van het synoviaal membraan van artrosepatiënten vergeleken met normale zones van dezelfde patiënt (n = 12) bij een totale vervanging van de knie.
In totaal vonden de onderzoekers 896 genen die op een verschillende manier tot expressie werden gebracht in de normale en de onstoken weefsels. Zoals te verwachten spelen de meeste genen een rol in onsteking (zoals TREM1 en S100A0), metabolisme van het kraakbeen (MMP-3, MMP-9, en cathepsine H en S), Wnt-signalisatie en angiogenese. STC1, een eiwit dat betrokken is bij angiogenese werd het meest tot expressie gebracht in de ontstoken zones in vergelijking met de normale zones van het synoviaal membraan.
Deze resultaten leveren nieuwe inzichten in de pathogenese van artrose en kunnen een nieuwe stimulans betekenen voor het onderzoek naar nieuwe behandelingsmogelijkheden van deze aandoening.