Topsporters opsporen met NMR
Onderzoekers van de UGent ontdekten dat een NMR-scanner snel en pijnloos de samenstelling van spiervezels kan inschatten aan de hand van de hoeveelheid carnosine in de spiervezels. Dat is nuttig om een atleet te typeren als een explosieve dan wel als een duursporter. Tot nu was daarvoor een pijnlijke biopsie nodig, die de spieren beschadigt en niet altijd representatief is voor de hele spier.
Elke mens heeft snelle en trage vezels in zijn spieren. De samenstelling van de spiervezels bepaalt of iemand best snelle, explosieve sporten beoefent of eerder voorbestemd is voor duursporten. Aangezien carnosine meer voorkomtin snelle dan in trage spiervezels geeft de hoeveelheid carnosine in een spier een indicatie van het aantal snelle en trage vezels. Carnosine kan het makkelijkst opgespoord worden met een NMR-scanner.
Dankzij deze nieuwe studie kunnen sportartsen en trainers dus voorspellen voor welke sportdiscipline een atleet het meeste potentieel heeft. Uiteraard spelen nog andere factoren dan spiervezeltype mee om prestaties op het hoogste niveau te leveren. Maar een topatleet die internationaal wil uitblinken, moet in elk geval de 'juiste' spiervezels hebben. Dat is in belangrijke mate genetisch bepaald.
Sportartsen kunnen nu op een niet-invasieve manier met een NMR-scanner de loopbaan en de trainingsbegeleiding van topsporters (bij)sturen, in samenspraak met de trainer(s) en andere begeleiders.
De belangrijkste voordelen van een NMR-scanner is dat het snel is, volledig pijnloos en de spier niet beschadigt. De resultaten zijn ook meer representatief dan een biopsie, omdat er meer spierweefsel onderzocht wordt. Nadeel is dat een krachtige NMR-scanner nodig is. Het is dus geen goedkope methode die kan ingezet worden voor brede talentscreening. De methode is ook maar betrouwbaar vanaf 16 jaar. De hoeveelheid spiercarnosine verandert immers erg bij kinderen en pubers, wellicht onder invloed van hormonen.