Knieprothese: preventie van diepe trombose
Ook in het kader van de nieuwe orale anticoagulantia blijft het debat verdergaan: hematologen, die diepe veneuze trombose als een belangrijk risico zien, zijn ervan overtuigd dat profylaxe formeel aangewezen is, terwijl orthopedische chirurgen zich eerder zorgen maken over de bloedingsrisico's.
Voor Prof. Cedric Hermans (UCL) is het debat alleszins bevorderlijk voor een reflectie over de individualisering van de behandeling en een beter gebruik van de beschikbare middelen.
Zonder preventieve maatregelen zal 40 tot 85% van de geopereerde patiënten een veneuze trombo-embolie doen (VTE). De meeste gevallen blijven wel subklinisch, en komen pas aan het licht bij beeldvorming. Na het plaatsen van een totale knieprothese (TKP) gaat het meestal om een distale, diepe veneuze trombose ter hoogte van de kuit, in tegenstelling tot de eerder proximale VTE na een heupprothese.
(naar een mededeling van Prof. Cedric Hermans, tijdens de 7ème Journées d'orthopédie van de UCL -
Lassen MR, et al. NEJM 2008;358:2776 - Ericksson DI et al. J Thromb Haemost. 2007;5:2178 - Lassen MR et al. Lancet. 2010;375:807)
Lees een uitgebreid verslag hierover in de volgende uitgave van de Specialistenkrant MBJ